Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslacht uit den dood tot het leven zouden opwekken. Zoo vernieuwt Hij niet alleen de wereld met hetzelfde woord, waarmee Hij haar eerst heeft geschapen, maar ook bestemt Hij het daartoe, dat de menschen het wettig gebruik des huwelijks terugkregen, en dat ze zouden weten, dat de zorg om zaad voort te brengen Gode behaagde, dat zij zouden gelooven, dat uit hen een geslacht zou voortkomen, dat zich naar alle streken der aarde zou verspreiden, opdat zij weer zou bewoond worden, hoe uitgestrekt en verlaten ze ook was. Ojk werd den menschen niet toegestaan in het wild; weg zich voort te planten, maar op nieuw heeft God de wet des huwelijks, die Hij had ingesteld, geheiligd. Bijaldien echter Gods zeg:n eenigermate zich ook uitstrekt over onbeteugelde voortplanting, zoo is dit toch eene valsche vruchtbaarheid ; de wettige vloeit alleen uit de woordelijke zegening Gods.

2. En de vrees voor U. Ook dit heeft voornamelijk betrekking op de herstelling der wereld, zoodat de menschen de macht behouden over de andere levende wezens. Schoon dus de dieren na den val des menschen eene nieuwe woestheid hadden gekregen, zoo blijven toch de overblijfselen van die heerschappij, die God in den beginne den mensch had opgedragen. Hij belooft, dat ook nu dezelfde toestand zal blijven bestaan. Wij zien wel, dat woeste dieren menschen aanvallen cn velen verscheuren en verslinden, maar zoo God hunne woestheid niet wonderlijk in toom hield, zou het geheel gedaan geweest zijn met het menschelijke geslacht. Wat ik dus gezegd heb over de ongematigdheid der lucht, en de ongelijkheid der jaargetijden vindt ook in dit opzicht plaats. Wel zwerven wilde dieren rond, die op vele wijzen tegen de menschen woeden (en geen wonder, want als wij moedwillig opstaan tegen God, waarom zouden de dieren niet tegen ons opstaan ?) maar toch is Gods voorzienigheid de verborgene teugel om hunne aanvallen te verhinderen.

Want vanwaar komt het, dat de slangen ons sparen, dan omdat Hij hunne venijnigheid bedwingt? Vanwaar komt het, dat de tijgers, de olifanten, leeuwen, beeren, wolven cn ontelbare andere wilde dieren niet al wat mensch is verslinden, verscheuren en verteren, dan doordat zij door deze onderwerping als door een teugel worden tegengehouden ? Dat wij dus ongedeerd blijven hebben wij tc danken aan die bijzondere bescherming cn bewaring Gods. Want wat anders moeten wij ons voorstellen,

Sluiten