Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat God wilde toestaan, en na het geweten van het Woord Gods te hebben losgemaakt, het aan eigene uitgedachte wetten verbinden. Dat God aan het oude volk Gods de onreine dieren heeft verboden, daarover bewaart Mozes het stilzwijgen, omdat die uitzondering tijdelijk was.

4. Maar het vleesch met zijne ziel. Enkelen verklaren dit aldus: „Gij zult niet eten een stuk afgesneden van een levend dier, want dit is al te smakeloos. Doch wijl er geen verbindingsteeken is tusschen die twee woorden bloed en ziel, twijfel ik niet, of Mozes heeft, sprekende over de ziel, het woord bloed verklarender wijze daaraan toegevoegd, alsof hij zeide, dat het leven met het vleesch op de eene of andere manier verslonden werd, als het gegeten werd in bloed gedompeld.

En daarom worden leven en bloed niet genoemd als verschillende dingen, maar zij beteekenen hetzelfde, niet omdat het bloed op zichzelf het leven is, maar omdat daarin voornamelijk de levensgeest zetelt en het voor ons gevoel is, alsof dit het leven veroorzaakt. En dit is duidelijk uitgedrukt, opdat de menschen des temeer af keer zouden hebben van het eten van bloed. Want gelijk het schrikkelijk en onmenschelijk is, om levende wezens te verslinden of levend vleesch te eten, zoo toonen menschen door bloed te drinken hunne woestheid. Voorts is het volstrekt niet duister, waartoe dit verbod strekt. De Heere wilde n.1. door het onthouden van dierenbloed de menschen aan zachtzinnigheid gewennen, opdat ze niet al te stoutmoedig zouden worden, door in het wilde en onbeteugeld voedsel te gebruiken, cn ten slotte ook het menschenbloed niet meer zouden ontzien.

Toch houde men het er voor, dat deze beperking behoorde tot het opvoedkundig onderricht van den vroegeren tijd. En daarom is het niet zonder bijgeloof, wat Tertullianus verhaalt, dat het in zijnen tijd bij de christenen ongeoorloofd was dierenbloed te proeven. Want dat de Apostelen de heidenen voor korten tijd bevolen hebben dit gebruik te houden, is niet daarom geschied, dat ze de gemoederen een hinderpaal in den weg wilden leggen, maar opdat overigens de heilige vrijheid geen aanstoot zou blijken te zijn voor onwetenden en zwakken.

5. hu voortvaar, uw bloed. Met deze woorden betuigt de Ileere duidelijker, dat Ilij niet met het oog op de dieren liet gebruik van het bloed verbood, maar opdat de mensch de ziel

Sluiten