Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor kostbaar zou houden. Het eenige doel Zijner wet is dan ook, om hun onderling algemeene menschlievendheid aan te bevelen. De overzetting van Hieronymus, die het bijwoord (ak) vertaalt door „want", zoodat het redegevend is, is beter dan die welke het opvat als tegenstelling, zoodat men krijgt : anders Uw bloed enz. Woordelijk echter kan men zeer best zóó vertalen : „En waarlijk Uw bloed". Het gehecle verband echter moet m. i. aldus gelezen worden „En voorwaar, uw bloed, dat tot uwe zielen is, of in uwe zielen, of dat u tot zielen is, dat is, dat u levend maakt en voedt, wat het lichaam betreft, zal ik eischen ; van de hand van alle dieren zal ik die eischen, van de hand des mans, zijns broeders zal ik eischen de ziel des menschen." De onderscheiding, die de Joden vier soorten van moord doet aannemen, is gezocht. Ik heb immers aangetoond, dat de eenvoudige en oorspronkelijke zin aldus is, dat God ons leven zoo hoog schat, dat hij niet duldt, dat moorden ongewroken blijven. Deze zaak nu scherpt Hij met onderscheidene woorden in, opdat Hij de woestheid van hen die hunnen naasten geweld aan doen, aan de kaak zou stellen. Dit is nu een niet gering bewijs deigoddelijke liefde jegens ons, dat Hij de bescherming van ons leven op zich neemt, en verklaart, dat Hij onzen dood zal wreken. Dat Hij zegt de dieren te zullen straffen voor de gewelddadige aanranding van 's menschen leven, strekt tot een voorbeeld. Want als Hij ter wille van menschen toornig wordt op redelooze dieren, die door blinde woede worden gedreven om voedsel te zoeken, wat mogen wij dan verwachten, dat zal geschieden met den mensch, die onrechtmatig en wreed en tegen alle natuurlijk gevoel in op zijnen broeder aanvalt.

6. Die 's menschen bloed vergiet. De bijvoeging „in den mensch", die terstond volgt, strekt tot versterking. Enkelen verklaren „in tegenwoordigheid van getuigen". Anderen laten dit slaan op het volgende „dat door een mensch bloed wordt vergoten." Maar al die verklaringen zijn gedrongen. Wij houden ons dus aan hetgeen ik reeds gezegd heb, dat door deze uitspraak de verschrikkelijkheid der misdaad te meer wordt in het licht gesteld, dat elk die een mensch doodt, het bloed en 't leven zijns broeders in hem wegneemt. Wat de hoofdzaak betreft, hebben zij het m. i. mis, die meenen, dat hier alleen de burgerlijke wet wordt vermeld, dat moordenaars moeten gestraft worden.

Sluiten