Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik haar u tos, dat zij zich later over de geheele wereld uitstortte. Maar tot die mededeeling komt God nog niet, gelijk ik spoedig zal aantoonen.

8. E11 Ik zal zegenen, die u zegenen. Hier treedt de wonderlijke goedheid Gods te voorschijn, wijl Hij vriendschappelijk eene overeenkomst aangaat met Abram, gelijk menschen plegen aan te gaan met bondgenooten en huns gelijken. Want dit is de plechtige verbondsformule tusschen koningen en anderen, dat zij elkaar beloven dezelfde vijanden en vrienden te zullen hebben. Dit althans is een onschatbaar bewijs van bijzondere liefde, dat God Zich om onzentwille zoo diep vernedert Want al bepaalt Hij Zich hier tot één mensch, elders verklaart Hij dezelfde liefde te bezitten jegens Zijne getrouwen. Men kan dus besluiten tot de algemeene stelling, dat God ons zoozeer bemint, dat Hij onze vrienden zal zegenen en zich aan onze vijanden zal wreken. Wij worden echter door deze uitspraak er op gewezen, dat hoezeer de kinderen Gods ook den vrede zoeken, zij toch nooit zonder vijanden zullen zijn. Tenminste zoo iemand zich ooit kalm heeft gedragen onder de menschen, zoodat hij terecht door allen bemind werd, dan mag Abram wel onder de eersten gerekend worden. Toch ontbrak het hem niet aan vijanden, want hij had den duivel tot Zijnen tegenstander, die de slechten in zijne hand heeft en niet ophoudt hen aan te zetten tot het benadeelen der goeden. Er is dus geen reden, waarom de ondankbaarheid der wereld ons zou ontmoedigen, daar velen ons van zelfs vijandig zijn, en ons trachten afbreuk te doen, zonder dat zij door eenig onrecht daartoe zijn uitgelokt; doch laten wij met deze ééne troost tevreden zijn, dat God te gelijk met ons den strijd aanvat. Bovendien vermaant God hier de Zijnen,dat zij trouwen menschlievendheid zullen betoonen aan alle goeden, en anderzijds,dat zij zich van alle onrecht zullen onthouden. Want dit is een bijzondere prikkel, om de geloovigen te steunen, dat, als wij hen eenigen dienst bewijzen, God dien vergoedt, en niet weinig moet het ons afschrikken, dat Hij ons den oorlog verklaart, als wij één der Zijnen beleedigen.

In u zullen gezegend worden. Vat iemand deze plaats gaarne meer beperkt op, dat zij, die hunne zonen of vrienden zegenen Abrams naam zullen gebruiken tot een spreekwoord, hij ga zijn gang ; want de Hebreeuwsche zin laat dit toe, dat van Abram wordt gezegd, dat hij een bijzonder voorbeeld van

Sluiten