Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkt worden, opdat wij daaruit zouden leeren, dat zij, die regeeringloosheid zoeken te verkrijgen, God tegen zicli hebben in den strijd.

10. De Koningen van Sodom enz. vluchtten. Enkelen verklaren dit zoo, dat zij in de putten gevallen zijn, wat niet waarschijnlijk is, daar zij volstrekt niet onbekend waren met den plaatselijken toestand; dit zou eer met vreemde vijanden gebeurd zijn. Anderen zeggen, dat zij om het leven te behouden, zich daarin gestort hebben. Ik versta dit echter zoo, dat van hen, gelijk in de uiterste wanhoop pleegt te gebeuren, de een zus, de ander zoo is omgekomen. Mozes zegt dus als 't ware, dat zij zoo bang waren voor de zwaarden der vijanden, dat zij zonder aarzelen zich hals over kop in de kuilen hebben gestort. Want een weinig verder voegt hij er aan toe, dat zij, die levend ontkwamen, naar de bergen zijn gevlucht. Daaruit besluiten wij, dat zij, die in de kuilen zich gestort hadden, zijn omgekomen. Laten wij dus aannemen, dat zij niet zoo zeer bedrogen zijn door onbekendheid met de streek, maar door schrik zijn ontmoedigd en gevallen.

12. E11 zij namen ook Lot gevangen. Het is twijfelachtig of Lot thuis is gebleven, toen anderen zijn uitgetogen tot den strijd, en of hij daar door de vijanden werd gevangen genomen, dan of hij genoodzaakt is, om met het overige des volks de wapenen op te vatten. Maar omdat Mozes van hem niet spreekt, voordat men aan de verwoesting van de stad was toegekomen, is de gissing waarschijnlijk, dat hij na afloop van het gevecht thuis ongewapend is gevangen genomen. Hierin nu zien wij in de eerste plaats, dat goeden en kwaden tegenheden gemeen hebben, .vervolgens dat hoe nauwer wij aan misdadigen en goddelooz~n verbonden zijn, als God Zijne straf tegen hen uitoefent, des te eer de roele tot ons komt.

13. Iemand, die ontkomen was, mi kwam. Dit is het tweede deel van het hoofdstuk, waarin Mozes verhaalt, dat God Zijn knecht Lot in gunst aanschouwde en hem Abram tot bevrijder gaf, om hem uit de handen der vijanden te rukken. Doch hier ontspruiten verschillende kwesties, n.1. of het Abram als privaat persoon vrijstond zijne huisgenooten te wapenen tegenkoningen, en een algemeenen oorlog te beginnen. Ik voor mij twijfel er niet aan, of hij is gelijk hij met de kracht des Geestes toegerust ten oorlog trok, ook door een bevel van boven versterkt zoodat hij de perken zijner roeping niet overschreed. En dit

Sluiten