Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de ontvangst in den beginne, maar van een gepast eerbetoon aan de Kngelen. Immers het is zonder grond wat enkelen vermoeden, dat hij hen gehouden heeft voor profeten Gods, die ter wille van het woord in ballingschap verkeerden. Hij wist heel goed, dat het Engelen waren, gelijk wij spcedig nog duidelijker zullen zien. Maar nu begeleidt hij hen op den weg, daar hij hen niet dorst terughouden.

17. Zou ik voor Abraham verbergen. Dat God als over eene twijfelachtige zaak beraadslaagt, geschiedt ter wille van ons menschen. Wat Hij van plan was te doen, had Hij ïeeds vroeger besloten. Maar op deze wijze wilde Hij Abraham opwekken tot het overwegen van de oorzaken van Sodoms ondergang. Twee redenen nu brengt Hij bij, waarom Hij hem zijn plan voor de uitvoering wilde openbaren. De eerste is, dat Hij hem reeds verwaardigd had met een bijzonder eervol voorrecht; de tweede, dat dit nuttig en vruchtbaar zou zijn tot onderrichting der nakomelingen. Daarom wordt met dit woord het doel en het nut dezer openbaring kortelijks in het licht gesteld.

18. En Abraham zal /ol een groot volk worden. In het Hebreeuwsch staat: „En zijnde, zal hij zijn", maar het verbindingswoord moet in een redegevend voegwoord worden omgezet ; want dit is, gelijk ik reeds zeide, de reden waarom God Zijn knecht in kennis wilde stellen met Zijne vreeselijke strafoefening over de Sodomieten, dat Hij hem boven alle anderen met Zijne bijzondere gaven had versierd.

Immers, God gaat steeds voort Zijne weldaden aan de geloovigen te bewijzen, ja hij vermeerdert die en overlaat ons plotseling met vroegere en nieuwe weldaden. En op die wijze handelt Hij dagelijks met ons Wat anders is de reden, dat Hij ons onophoudelijk met ontelbare gunstbewijzen overlaadt, dan dat Hij ons eenmaal zijne vaderlijke liefde heeft geschonken en nu zichzelven niet kan verloochenen ? En daarom eert Hij in ons zichzelven eenigermate met Zijne weldaden. Want wat vermeldt Hij hier anders dan Zijne genadegaven ?

Hij neemt dus de stof tot weldoen uit zichzelven en niet uit Abrahams verdiensten. Uit geene andere bron toch vloeide de zegening van Abraham, dan uit de goddelijke fontein. Nu leeren wij uit deze plaats, gelijk cok uit de ervaring, dat het 25

Sluiten