Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matig man is geweest, is zeker, maar 't zij de dochters hem, terwijl hij door droefheid overmand was hebben overvallen, 't zij hij op eenige andere wijze verlokt werd tot overmatig drinken, nu hij eenmaal tot overmatigheid vervallen is, laat hij den volgenden dag zich weer bedriegen. Ijverig moet men zich dus verzetten tegen het eerste begin, want het kan haast niet anders of zij, die eenmaal door hare zoetheid zijn bedwelmd, geven zich geheel aan ondeugden over. Daarom zij men voor prikkelen tot kwaad op zijne hoede als tegen doodelijke onheilen, en vreeze men elke vleiende uitlokking tot zondigen evenzeer als iets vergiftigs. Want deze omstandigheid verdient opmerking, dat Lot onder de Sodomieten bij die opeenstapeling van misdaden, die haast hemel en aarde bezoedelde, kuisch en rein verkeerde, gelijk een Engel.

Vanwaar behield hij te Sodom zulk eene zuiverheid anders dan door de kennis van het kwaad, dat hem omringde, die hem bezorgd en voorzichtig maakte? Thans, nu hij veilig op den berg vertoeft, belaagt Satan hem met nieuwe hinderlagen. Door dit voorbeeld wilde de Geest ons dus aanmanen tot waakzaamheid, omdat als wij het allerminst daaraan denken, een onzichtbare vijand ons netten spant. Aldus heeft Mozes vroeger verhaald, dat Adam in het Paradijs is bedrogen. Als wij nu op ons zeiven acht geven zoo zal die waakzaamheid ons tegen alle listen van onzen vijand op onze hoede doen zijn. Want er is niemand, die niet tot zijne eigene misleiding duizende verlokkingen van satan met zich omdiaagt.

37. En de oudste baarde. Dit was wel eene verschrikkelijke verblinding, dat de dochters van Lot, met uitschudding van alle schaamtegevoel, als het ware een gedenkteeken van hare deugd oprichtten, en door een eeuwig merkteeken hare schande voor de nakomelingen hebben ten toon gesteld. Aan hare zonen of liever aan twee volken in hunne personen geven zij namen, waaruit elk zou weten, dat het een geslacht was, uit echtbreuk en onkuische gemeenschap gesproten. De oudste beroemt er zich op, dat zij haren zoon bij haren vader had gewonnen, de andere, dat haar een zoon uit dichte verwantschap was geboren. Zoo verbreiden beiden onbeschaamd hare misdaad, terwijl ze liever uit schaamte daarover zich in eeuwige schuilhoeken hadden moeten verbergen. Niet tevreden met de beruchtheid in haren tijd, plantten zij hare misdaad voort tot in andere tijden.

Sluiten