Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keert hij tot het verband der geschiedenis terug, n. 1. wat er gebeurd is niet Abrabam, hoe hij zich heeft gedragen, en de Heere hem heeft beschermd, totdat hem het beloofde zaad werd geboren, dat de oorsprong der Kerk zou zijn. Nu zegt hij, dat Abraham is gekomen in het land van het zuiden, niet omdat hij de grenzen van de hem geschonkene erfenis overschreed, doch omdat hij zijne vorige woonplaats verlatende, wegging naar het Zuiden. De streek nu, die hij aanduidt, is later grootendeels gevallen op het lot van de stam Juda. Dat hij echter een doel zou gehad hebben met het verhuizen, of welke drang hem aanzette tot verandering van woonplaats is ons onbekend.

Alleen moet het bij ons vaststaan, dat hij niet om eene lichte oorzaak zijn zetel naar elders heeft verplaatst, te meer daar hem pas een zoon was beloofd uit Sara, waarop hij niet meer mocht hopen. Enkelen gissen dat hij is gevlucht om dit droevig schouwspel, dat hem voortdurend voor oogen werd gesteld. Immers de vlakte, die pas nog zoo liefelijk van aanzien was, en met een menigvuldigen overvloed van vruchten was bedekt, zag hij thans veranderd in een wanstallige chaos. Het kan wel zijn, dat alle omstreken doortrokken waren van den zwavelreuk, en met andere bederfselen waren besmet, opdat men te beter zulk een merkwaardig oordeel Gods zou beseffen. Het is dus geene onjuiste gedachte, dat Abraham, omdat die plaats door den Heere vervloekt was, door afkeer daarvan naar elders is getrokken. Ook is het geloofwaardig, gelijk hem ook spoedig daarop elders ten deel viel, dat hij door kwaadwilligheid en onrecht zijner gastvrienden is genoopt te vertrekken. Want hoe milder God hem Zijne genade had geopenbaard, hoe meer ook anderzijds zijne verdraagzaamheid moest geoefend worden, opdat hij zou bedenken, dat hij een vreemdeling was in dat land. Ook drukt Mozes nauwkeurig uit, dat hij als bijwoner in Gerar heeft gewoond. Zoo zien wij, dat dat heilige huisgezin her- en derwaarts is heen en weer gedreven, gelijk het uitvaagsel der maatschappij, terwijl de goddeloozen eene vaste woonplaats hadden. Doch het is voor vromen nuttig geen vaste woonplaats te hebben op aarde, opdat zij hun hart niet zouden hechten aan eene gelegene en rustige woonplaats en de erfenis des hemels zouden uit het oog verliezen.

2. En hij seide van Sara zijne vrouw. In deze geschiedenis stelt ons de Heilige Geest een helderen spiegel voor oogen,

Sluiten