Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die na doode van zijn genoemden broeder heer van Oudheusden werd en huwde Huberta van Wijck van Onsenoort, die 17 Juni 1628 overleed. Zij schonk hem twee zonen, die reeds in 1627 waren overleden en eene dochter Maria Anna van Oudheusden, in 1641 bij doode haars vaders met Oudheusden c. a. beleend, h. met Pieter de Huyter, die in 1661 stierf.

Genoemde Pieter de Huyter, die een zoon was van Jan en Anna de Voocht van Ryneveld, (over zijne familie zie men Navorscher XXIII p. 552 en XXXIV p. 427) verwekte bij zijne voornoemde vrouw eene dochter Charlotta Juliana de Huyter, die de heerlijkheid Oudheusden, Elshout en Huiten, alsmede het kasteel van Oudheusden van hare moeder erfde en die goederen ten huwelijk bracht aan haren man Frederik Ignatius van Bueren, zoon van Balthazar en Beatrix de Wael van Vronesteyn. Zij waren de ouders van:

a. Balthazar van Bueren, heer van Oud-Amelisweerd stierf 1710.

b. Johan Frederik van Bueren, heer van Oudheusden, Huiten en Elshout en van het kasteel van Oudheusden, dat zijne voogden in 1711 te huur aanboden, als wanneer het gezegd werd te zijn: „een schoon, wel doortimmerd kasteel met een binnenplaats, een groot bassecour, fraaie hoven en moestuyn, mitsgaders benedenhuyzinge, koetshuys, stallinge en een brouwery daaraan, rontom met grachten, staende te Oud-Heusden omtrent een half quartier van de stad Heusden"; hij erfde oud-Amelisweerd van zijnen genoemden broeder en stierf 1743 slechts bastaarden nalatende.

c. Elizabeth Cornelia van Bueren h. met 1° Adolf van Hellenberg, luitenant der Infanterie; 2° Franss de Rouillé Philips zoon, heer van den Grooten Ruwenberg, kolonel in Staatschen dienst.

d. Petronella Jacoba van Bueren, erfde Oudheusden, Huiten en Elshout en het kasteel van Oudheusden en h. met Watze Wijtzo of Valerius Vitus van Cammingha, majoor der Infanterie in Staatschen dienst. Van haar erfden die goederen

Sluiten