Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Republiek der Vereenigde Nederlanden, die door Willem III tot uitvoerders van diens testament waren benoemd, lieten zich in die kwaliteit hangende de geschillen 18 April 1705 met de heerlijkheid Zevenbergen beleenen. Om aan die geschillen een einde te maken werd op 14 Mei en 16 Juni

1732 tusschen den stadhouder Prins Willem IV en den Koning van Pruisen een verdrag gesloten, waarbij aan eerstgenoemde o. a. de heerlijkheid Zevenbergen werd toegewezen. Ingevolge dat verdrag werd na diens dood zijn zoon, stadhouder Prins Willem V, 18 October 1752 met de heerlijkheid Zevenbergen beleend. Daar de Fransche Republiekeinen in 1795 tegen hem den oorlog hadden gevoerd, werden diens bezittingen door hen beschouwd als op den vijand veroverd goed en dat dit alzoo krachtens oorlogsrecht aan de Fransche Republiek als eigendom was overgegaan. Bij het daarna tusschen de Fransche en onze Republiek gesloten allientietraktaat werd bepaald, dat deze de goederen van het Huis van Oranje in eigendom zoude verkrijgen tegen betaling van 100 milhoen guldens aan de Fransche Republiek. Op 16 April 1796 bepaalde vervolgens de Nederlandsche Nationale Vergadering, dat bedoelde goederen zouden worden gesteld onder eene algemeene administratie, die ze langzamerhand en bij bekwame gelegenheden moest verkoopen, aan welk besluit uitvoering is gegeven en daardoor hield de heerlijkheid Zevenbergen met den aankleve van dien reeds vóór 1798 op te bestaan.

Constantyn Huygens Jr. deelt in zijn reisverhaal van 1649 en 1650 (jhr. mr. J. Hora Siccama Aanteek. en Verbeter op het Register op de journalen van dien Huygens p. 636) mede, dat hij op 21 Mei 1649 bevond dat „Sevenbergen een open vleck is, omtrent eens soo groot als Voorburg en dat daer een out casteel staet dat onbewoond is". Het was toen dus nog niet zoo verwoest als wel in het H. S. is verme . Thans bestaat er niets meer van.

Over Zevenbergen zie men nog Jacob van Oudenhoven s

Sluiten