Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te 's Bosch uit de bouwhoeve het Laar (te Laar) onder Rixtel (Schepenreg. van 's Bosch n°. 102 f 299); zijne eerste vrouw was Margaretha van der Drift Goyardsdr, die reeds in 1518 was overleden, want in dat jaar was hij al hertrouwd en deed hij afstand van het vruchtgebruik harer nalatenschap ten behoeve van hun beider kinderen en van de nakinderen, die hij van zijne tweede vrouw had (Schepenreg. van 's Bosch n°. 116 f 117 en n°. 125 f 170, bij welke laatste akte het gold de helft der bouwhoeve het Laar, gelegen te Opwetten).

De kinderen uit zijnen eersten echt waren:

а. Oer ar d van Eyck die in 1530 eene grondrente verleende uit de bouwhoeve het Laar, gelegen onder Rixtel (Schepenreg. van 's Bosch n°. 139 f 40 vso en 146 f 147); hij was in 1535 reeds dood (ld. n°. 148 f 14) en had tot echtgenoote Margaretha de Famars, die in laatstgezegd jaar, als wanneer zij hertrouwd was met Lybrecht, zoon van Wouter Zegerszoon, afstand deed van den tocht der bouwhoeve het Laar onder Opwetten ten behoeve van hun beider kinderen.

Die kinderen waren:

1. Jan, in 1534 geërfd te Tongelre.

2. Margaretha.

3. Maria.

4. Philippus.

5. Godefridus.

б. Barbara.

7. Anna, die huwde met Anthonius de Ponnelloen.

8. Catharina.

Deze kinderen, van welke die sub 3—7 in 1535 nog minderjarig waren, verkochten toen laatstgenoemde bouwhoeve aan na te noemen Henrick, zoon van mr. Goyart van Eyck. Hunne moeder was toen reeds hertrouwd met voorzegden Lybrecht, den zoon van Wouter Zegerszn (zie Schepenreg. van 's Bosch n°. 148 f 14).

Sluiten