Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dispensatione et observatis observandis in ecclesia, solemninetur matrimonium. In majorem fidem haec scripsi et subscripsi in Arle.

Hij overleed in 1706 en werd in Januari van dat jaar in de kerk te Aarle of te Rixtel begraven.

Hun eenig kind was Cecilia Mechtildis Josepha van Wynbergen, R. K. gedoopt te Blaarthem 21 April 1683, stierf kinderloos te Antwerpen 3 Juni 1709, nalatende „het adelycke huys met het aengelach Op Strijp", waarvan erfgenaam was Louis Franciscus baron van Raveschot de Capelle; zij h. met Assuerus Ferdinandus van Raveschot, in 1709 reeds overleden, vermoedelijk de zoon van Robbertus Paulus en Maria' Catharina Standaert.

b. Roelof van Eyck, stierf kinderloos.

c. Maria van Eyck, h. in 1636 met Barthold van der Voort, heer van Aldendriel (onder Mill). Zij hadden een zoon, Albert Frangois van der Voort, heer van Aldendriel, die voogd was over Cecilia Mechtildis Josepha van Wynbergen voornoemd en in 1685 h. Mathilda Sophia de Pollaert.

d. Helena van Eyck h. 1698 met Charles Pierre van der Eycken, geb. 12 Febr. 1673, die den naam en het wapen van haar bij het zijne voegde. (Colonia Recueil Généal. II p. 256).

Ila. Ooyart van Eyck, hierboven sub 1 b genoemd, was heer van Zeelst van Veldhoven, alsmede eigenaar van het Huis Zeelst, dat hij in 1603 met zijne na te noemen vrouw bewoonde. Waarschijnlijk door toedoen van den broeder zijner vrouw, den feilen Calvinistischen burgemeester van Utrecht Oerard Proening van Deventer, was hij de partij van den Prins van Oranje toegedaan en had hij dientengevolge 18 manschappen van het Koningsgezind garnizoen van Eindhoven overgehaald om naar die partij over te loopen. Toen de Koningsgezinde bevelhebber van die stad, Haultepenne, daarvan iets bemerkt had, zond deze een zijner soldaten naar het Kasteel van Blaarthem, alwaar Goijart van Eyck alstoen bij zijne moeder vertoefde, om te beproeven of Goijart van

Sluiten