Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berlicum bij 's Bosch stonden hunne navolgende kwartieren gebrand:

Eyck Pels

Erp Vladracken

Bruheze Campen

Wyck van der Aa

Hunne kinderen waren:

a. Arnolda van Eyck h. met Joan Robbert de Bever, zoon van Robbert en Margaretha van Erp van Bruheze (dochter van Willem van Erp en Maria van Wyck). Zij schonk aan de kerk te Berlicum voorbedoeld een raam, waarin deze kwartieren gebrand waren:

Eyck Pels

Erp Vladeracken

Hun zoon Robbrecht de Bever, schepen van 's Bosch, die kinderloos stierf, werd in 1614 met het goed onder Bladel beleend en in 1638 na doode zijner moeder, die ze geërfd had van Jan Pels, met de heerlijkheid Milheeze. Hij huwde met Maria van Lanckveld, na zijnen dood vrouwe van Milheeze, dochter van Ooijart, heer van Lanckveld (een goed onder Erp gelegen, dat thans toebehoort aan Jhr. mr. Jan de Kuyper, griffier bij het Gerechtshof te 's Bosch) en Maria van Eyck, sub c te noemen.

b. Apostolina van Eyck, stierf 1640, h. met Johan de Bever, woonachtig te Oisterwijk bij Tilburg, zoon van Cornelis, drossaard en kapitein en Lana van Vlierden, wien zij schonk een zoon Cornelis de Bever. Hij hertrouwde na haren dood met Catharina Pelgrom de Bye, dochter van Laurens en Judith van Veen, bij wie hij verwekte: 1°. Willem de Bever; 2°. Apostolina de Bever, h. met Roelof van Eyck tot Overbrugge; 3°. Maria de Bever, h. met Jacob de Jonge, heer van Baardwijk. ')

i) Sim. van Leeuwen Batavia Illustrata II p. 864. Volgens Taxandria XIV p. 140 was haar man de alpheris Gijsbrecht van der Schout, wat echter eene vergissing moet zijn; zie v. Leeuwen t. a. p. blz 863.

Sluiten