Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

debatteeren. Onder Lincolns politieke tegenstanders op de tribune was een zekere heer Forquer. Deze was vroeger een Whig geweest, doch om geldelijk voordeel te behalen was hij Democraat geworden.

Een vet postje was het loon geweest voor zijn verraad aan zijne partij.

Bij het binnenrijden van Springfield had Lincoln opgemerkt dat Forquer een bliksemafleider op zijne nieuwe groote woning had, een ongewoon iets in die dagen en eene nieuwigheid, die vele vromen uitlegden als een tarten van den Allerhoogste, Die door den bliksem sprak.

Deze Forquer nu was zoo onbescheiden en onchristelijk om in het publiek debat en in Lincolns tegenwoordigheid, allerlei beleedigende uitdrukkingen te bezigen omtrent Lincolns boerschheid van voorkomen.

„Deze jonge man moet afgetakeld worden," zoo sprak hij met minachting, „en het spijt mij dat ik dit moet doen, maar het moet!"

De „Clary Grove jongens", van welke wij reeds vroeger spraken, voelden hunne vuisten jeuken om Forquer een afrossing te geven, nu hij hun beminden Abe zoo affronteerde. Maar Lincoln bleef uitwendig kalm, hoewel zijn gelaat bleek was en het inwendig bij hem kookte.

Het slotwoord was gelukkig aan onzen held.

Op waardige wijze sprak hij over de beginselen zijner partij, en herhaaldelijk werd hij toegejuicht. Ten slotte wendde hij zich tot Forquer, en op eene indrukwekkende wijze die menig hoorder jaren in het geheugen bleef, riep hij den verwaten man toe:

„Deze mijnheer begon zijn rede met te zeggen, dat deze jonge man moet worden afgetakeld. Ik ben niet zoo jong in jaren als ik ben in de listen en streken der politiek. Maar," — en met zijn langen en beenderigen voorvinger wees hij direct naar Forquer, — „of ik lang leef of kort doet er niet toe, doch ik sterf liever op dit oogenblik dan dat ik zou doen als deze mijnheer

Sluiten