Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der daaronder ressorteerende onderdistricten, van waar het vervoer plaats heeft.

Bij ontstentenis, afwezigheid of wettige verhindering van de hiervoren aangeduide hoofden, worden de geleidebiljetten namens hen afgegeven door andere personen, aan wie bevoegdheid daartoe door het Hoofd van plaatselijk bestuur is verleend.

Waar de benamingen „district" of „onderdistrict" niet gebruikelijk zijn, bepaalt het Hoofd van gewestelijk bestuur welke onderdeelen van zijn gewest in den zin dezer ordonnantie als zoodanig zijn te beschouwen, en welke hoofden tot de afgifte van geleidebiljetten bevoegd zijn. Het hoofd van gewestelijk bestuur maakt die bepaling op de gebruikelijke wijze algemeen bekend.

De bepaling van het tweede lid is ook ten aanzien van de in het derde lid bedoelde hoofden van toepassing 1.)

ART. 2. Zoodra in eenig gewest een verklaring, als bedoeld bij art. 1, alinea 2 der ordonnantie van 28 Mei 1878 (Stbl. No. 163) 2) is bekend gemaakt, zullen de in art. 1 bedoelde geleidebiljetten, zoowel in de afdeeling, waarin de besmettelijke veeziekte is geconstateerd, als in de daaraan grenzende afdeelingen, ook van andere gewesten, alleen mogen worden afgegeven door de hoofden van plaatselijk bestuur of de door dezendaarvoor aan te wijzen europeesche ambtenaren of beambten.

2e. De betrokken hoofden van gewestelijk bestuur zijn bevoegd de toepassing van de bepaling ook voor andere gedeelten van hun gewest te bevelen, zoomede om ter voorkoming van eene noodelooze belemmering van den veehandel, in overeenstemming met den betrokken gouvernements-veearts, haar te beperken tot de besmette en de daaraan grenzende districten of onderdistricten. 3.)

3e. Waar in gewesten buiten Java en Madoera geen voldoend europeesch personeel beschikbaar is, kan het hoofd van gewestelijk bestuur de afgifte van die geleidebiljetten ook toevertrouwen aan daarvoor bepaald door hem aangewezen inlandsche hoofden.

4e. Gelijke bevoegdheid is mede voorbehouden aan de residenten van Soerakarta en Djokdjakarta, zoomede aan den resident van Batavia, voor zoover betreft zijn gewest, met uitzondering der afdeeling stad- en voorsteden van Batavia, zullende in de eerstgenoemde twee gewesten de aanwijzing der

1) Zooals dit art. luidt cfm. Stbl. 1902 No. 449.

2) Zie No. 94 sub B. Zie ook No. 95 hierachter.

3) Zooals al. 2 is aangevuld bij Stbl. 1892 No 181.

Sluiten