Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 8. Aangehaald zout wordt na verbeurdverklaring of indien de eigenaren daarvan niet bekend zijn of uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld, dadelijk na de aanhaling bij het naastbijzijnde gouvernements pakhuis ingenomen, wanneer het daartoe door het Hoofd van plaatselijk bestuur geschikt wordt geacht. Is dit laatste niet het geval, dan wordt het aangehaald zout, indien het voor de consumptie geschikt is, in het openbaar verkocht, mits zulks in het voordeel van het Land is, en anders vernietigd.

Aan de personen, die zout hebben aangehaald en die tot het doen der aanhaling hebben meegewerkt, ter beoordeeling van het Hoofd van plaatselijk bestuur, wordt, nadat de verbeurdverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, eene belooning, berekend naar den maatstaf van f 2.—(twee gulden) per picol, uitgekeerd, voor zooveel zij niet bij algemeene bepalingen zijn uitgesloten van het genot van een aandeel in boeten en verbeurdverklaringen.

Ingeval er meer dan een rechthebbende is, verdeelt het hoofd van plaatselijk bestuur het bedrag onder de rechthebbenden. Zijn de eigenaren van het aangehaalde zout niet bekeurd of kan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding worden ingesteld, dan geschiedt de uitkeering op de wijze, als in de voorgaande 2 alinea's is aangegeven, nadat het zout in een pakhuis ingenomen, dan wel in het openbaar verkocht of vernietigd is 1).

No. 29. PARELVISSCHERIJ. Regelen voor het v-isschen naar parelschelpen, paarlemoerschelpen ™- tripang, binnen den afstand van niet meer dan drie Engelsche zeemijlen van de kusten van NederlandschIndië.

Staatsblad 1902 No. 4, zooals het is gewijzigd bij Stbl. 1903 No. 176 en 1905 nos 262, 320 en 436 2).

Art. 1. (1) Het visschen naar parelschelpen, paarlemoerschelpen °fn tripang binnen den afstand van niet meer dan drie Engelsche zeemijlen van de kusten van Nederlandsch-Indië is, behoudens de in het eerste lid van artikel 2 bedoelde uitzondering, uitsluitend geoorloofd aan hen, die het recht daartoe op den voet dezer ordonnantie hebben verkregen.

1) Zooals art. 8 luidt cfm. Stbl. 1900 no. 205, 1903 no. 309 en 1906 no. 256.

2) Bij B.B. no. 6298 is vastgesteld eene instructie op de- handhaving van Stbl. 1902 no. 4.

Sluiten