Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) Het vaartuig, of de vaartuigen, waarmede het strafbaar feit is gepleegd, is of zijn voor de betaling van de opgelegde boete en van de kosten der gerechtelijke vervolging verbonden en executabel.

Art. 9. (1) Wanneer een vaartuig, aan boord hebbende parelschelpen, paarlemoerschelpen, of tripang, dan wel de werktuigen of toestellen om naar die zeeproducten te visschen, binnen den afstand van drie Engelsche zeemijlen van de kusten van Nederlandsch-Indië is aangetroffen, wordt de gezagvoerder, of wie hem als zoodanig vervangt, gestraft met dezelfde straf als in de eerste alinea van artikel 8 is bedreigd. Niet strafbaar is de gezagvoerder of wie hem als zoodanig vervangt, indien hij voldoende aantoont:

a. genoemde zeeproducten buiten het omschreven zeegebied te hebben verkregen en de werktuigen of toestellen niet voor de visscherij binnen dat gebied te hebben gebruikt of

b. die zeeproducten, werktuigen of toestellen als lading te hebben ingenomen, dan wel

c. op de door den Gouverneur-Generaal te bepalen en bekend te maken wijze kan aantoonen gerechtigd te zijn tot het visschen naar die zeeproducten 1.)

(2) De in het eerste lid van dit artikel bedoelde zeeproducten, werktuigen of toestellen kunnen worden verbeurd verklaard.

(3) Het bij de derde alinea van artikel 8 bepaalde is in dit geval toepasselijk.

Art. 10. 2) (1) Tot het opsporen van bij deze ordonnantie strafbaar gestelde feiten zijn mede bevoegd de commandanten v.an Harer Majesteits schepen van oorlog, de gezaghebbers van de schepen der Gouvernements Marine en de gezaghebbers der adviesbooten, zoomede de onder hunne bevelen gestelde personen, die daartoe door hen van eene opdracht zijn voorzien.

(2) De in de eerste alinea genoemde personen zijn bevoegd om, ter handhaving van de bepalingen dezer ordonnantie, vaartuigen, welker opvarenden verdacht worden van het plegen of voorbereiden van handelingen, in strijd met deze ordonnantie, te onderzoeken, zoolang die vaartuigen zich binnen den afstand van drie Engelsche zeemijlen van de kusten van Nederlandsch-Indië bevinden.

1) Zooals dit art. 9 luidt cfm. Stbl. 1905 No. 320.

2) Bij Stbl. 1902 no. 252 is bepaald, dat de gezagvoerder, op eerste aanvraqe van hem. die bevoegd is tot opsporing van o/ertredingen van Stbl. Iy02 no. 4, verscnillende der genoemde papieren moet vertoonen, die bewijzen, dat hij tot die visscherij gemachtigd is

Sluiten