Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke bevonden worden 'strijdig met dit verbod te hebben gehandeld, zich de boeten en straffen op den hals halen, welke tegen den clandestienen invoer en verkoop van dit artikel zijn gesteld ; 1)

Zoo is het, dat wij hebben goedgevonden en verstaan, deze bepaling te brengen ter kennis van den volke, zooals geschiedt bij deze Onze Openbare Publicatie.

Staatstblad 1867 no. 28 bepaalt, dat overal waar in Nederlandsch-Indië de invoer en het bezit van opium verboden zijn, ook ongeoorloofd zijn de invoer en het bezit van overblijfselen van opium, hoe ook genaamd.

Die ongeoorloofde invoer en dat ongeoorloofd bezit worden gestraft met verbeurdverklaring en met dezelfde andere straffen, tegen invoer en bezit van opium bedreigd.

Bij Art. 2 van Staatsblad 1862 no. 122 is verder bepaald, dat in die gedeelten van Nederlandsch-Indïé, waar de mvoer of verkoop van opium verboden is, de daartegen bedreigde straffen ook op het bezit van opium worden toegepast, welke bepaling alleen uitzondering lijdt ten aanzien van hen, aan wie de in hun bezit aangetroffen opium van 's lands wege verstrekt is.

Dit verbod van Staatsblad 1824 no. 44 is bij Staatsblad 1884 No. 90 ook gehandhaafd voor het district Ganda-soli, hetwelk bij datzelfde Staatsblad van de residentie Preangerregentschappen werd afgenomen en gevoegd bij de residentie Krawang.

Het verbod bij Staatsblad 1824 No. 44 is toegepast:

I. bij Staatsblad 1858 No. 131, met 1 Januari 1859, op dat gedeelte der residentie Cheribon, hetwelk gelegen is beneden de lijn, die gevormd wordt door de noordelijke grenzen der districten Djattie, Toedjoe, Djattie Wangie, Radja galoe, Mandie Rantjang, Beber, Koeningan, Tjawi Gebang en Loeragoen, in verband met de daarin door art. 329 van het Reglement op de uitoefening der politie, de burgerlijke rechtspleging en de strafvordering onder de inlanders en daarmede gelijkgestelde personen op Java en Madoera (Stbl 1848 No. 16.) en in andere bepalingen gebrachte wijzigingen;

II. bij Staatsblad 1861 No. 97, met 1 Januari 1862, op:

a. dat gedeelte van de residentie Bantam, hetwelk inhoudt de afdeelingen Pandeglang, Lebak en Tjiringien en gelegen is

1) De Strafbepalingen vindt men hier achter onder B.

Sluiten