Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 41. (1) Geen eed wordt afgelegd :

a. voor boedels, waarvan het actief, volgens de specifieke aangifte, de som van drie honderd gulden niet te boven gaat;

b. door de erfgenamen in de rechte nederdalende linie en door de in artikel 59 lid 1 no. 3 bedoelde echtgenooten, indien hetgeen aan elk hunner uit het actief toekomt volgens de specifieke aangifte de voor hen bij art. 59 No. 2 en 3 bepaalde grens van vrijstelling niet te boven gaat;

c. door het Land ;

d. door de leden der Weeskamers. Dezen kunnen volstaan met de verklaring, dat de aangifte is gedaan op den eed, bij de aanvaarding hunner betrekking door hen afgelegd.

(2) Wanneer tengevolge van verwerping de boedel geheel door erfgenamen in de rechte linie en door de in art. 59 lid 1 no. 3 bedoelde echtgenooten verkregen wordt, is sub b. van het eerste lid van dit artikel niet toepasselijk.

(3) De in sub b. bedoelde personen leggen, indien in boedels legaten zijn besproken, niet van het recht vrijgesteld en niet bestaande in vaste en bepaalde sommen, op boven omschreven wijze en plaats den volgenden eed (verklaring) af:

„Ik zweer (verklaar) dat ik in gemoede vermeen voor den „boedel van N. N. alles, waarvoor recht van successie verschuldigd „is, oprechtelijk te hebben aangegeven."

„Zoo waarlijk helpe mij God almachtig."

(Dat verklaar ik.)

(4) Die personen leggen evenwel den eed (verklaring) af, bedoeld in art. 40, indien het niet van het recht vrijgestelde legaat bestaat in een vruchtgebruik van de geheele nalatenschap of van een evenredig deel daarvan.

ART. 42. (1) Behoudens de uitzonderingen, bij het vorig artikel bepaald, wordt op de wijze, bij artikel 40 aangegeven, door degenen, die een vruchtgebruik bij opvolging verkrijgen, of door de verwachters, die door overlijden of door overdracht onder de levenden tot het genot van eenig fideï-commissair goed komen, de navolgende eed (verklaring) afgelegd :

„Ik zweer (verklaar) dat ik in gemoede vermeen oprechtelijk „alles te hebben aangegeven, wat door mij krachtens den wil „van N. N. en het overlijden van N. N. is geërfd of verkregen." „Zoo waarlijk helpe mij God almachtig".

(Dat verklaar ik).

Sluiten