Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e. de buiten Nederlandsch-Indië gevestigde naamlooze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandeelen en coöperalieve of andere vereenigingen — andere dan die, bedoeld sub d—, die haar bedrijf geheel of ten deele in Nederlandsch-Indië uitoefenen, waaronder ook begrepen zijn vennootschappen en vereenigingen, die door tusschenkomst van anderen inkomsten uit Nederlandsch-Indië trekken ;

ƒ. de buiten Nederlandsch-Indië gevestigden— andere dan die, bedoeld sub d en e—, die in Nederlandsch-Indië persoonlijk, voor vertegenwoordigers of voor gemachtigden een bedrijf of beroep geregeld of tenminste drie maanden achtereen uitoefenen.

Of en waar iemand in Nederlandsch-Indië woont of gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

ART. 9. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 8 gelden de volgende regels:

§ 1. Vaste traktementen en andere voor bepaalden of onbepaalden tijd vastgestelde inkomsten, worden berekend naar het jaarlijksch zuiver bedrag bij den aanvang van het kalenderjaar of, bij lateren aanvang van belastingplicht, op het tijdstip van dien aanvang.

De af te trekken kosten worden zoo noodig begroot.

Voor zoover afloopende bijdragen voor pensioenen en fondsen niet in mindering zijn kumen worden gebracht van het inkomen over het kalenderjaar, waarin de bijdrage verschu digd is, mogen zij worden gebracht in mindering van het inkomen over net daarop volgend kalenderjaar.

§ 2. Voor inkomsten uit onroerende of roerende goederen wordt als inkomen aangemerkt het zuiver bedrag, dat genoten is in het kalenderjaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de belasting strekt, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden, welke tot vermeerdering of vermindering van die inkomsten m het jaar der heffing aanleiding geven. Zijn in het voorafgaande kalenderjaar nog geen inkomsten uit roerende of uit onroerende goederen genoten, dan wordt als inkomen aangenomen het zuiver bedrag, dat in het jaar der heffing vermoedelijk uit ieder dezer bronnen van inkomsten verkregen zal worden.

§ 3. Inkomsten uit tijdelijke of voor eens verrichte werkzaamheden, gratificatiën en andere buitengewone belooningen, worden gebracht onder de inkomsten van het kalenderjaar volgende op dat, waarin zij zijn genoten.

Sluiten