Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. indien bij de voorstelling of vertooning personen

als spelers of speelsters optreden f

b. met marionetten, poppen, en voor het laten geven van

alle andere niet met personeji gegeven vertooningen „ 5 een en ander voor zoover bedoelde voorstellingen en vertooningen plaats hebben in de afdeeling Stad en Voorsteden van Batavia.

(2) In de overige afdeelingen der residentie Batavia is wegens het laten qeven van de genoemde voorstellingen en vertooningen verschuldigd respectievelijk f 30, f 15, f 7.50 en f 5 per etmaa .

ART. 7. (1)- Van de belasting is vrijgesteld het laten houden :

le van openbare optochten met allegorische voorstellingen gedurende de tjap-gomeh-feesten (zoogenaamde djenggehs);

en

2e. van de optochten en roeiwedstrijden gedurende de pètjoen-feesten.

(2) In de gevallen, waarin het laten geven van een of andere voorstelling of vertooning aan twijfel onderhevig is, beslist het Hoofd van gewestelijk bestuur.

ART. 8. Met eene geldboete van één tot honderd gulden, of voor europeanen en daarmede gelijkgestelden, met gevangenisstraf van één tot acht dagen, en voor inlanders en daarmede gelijkgestelden met tenarbeidsteUing aan cie P™'e e werken voor den kost zonder loon van een dag tot drie maan

den, wordt gestraft:

a hij, die als eigenaar of uit eenigen anderen hoofde de beschikking heeft over een gebouw of een erf, waarin of waarop, zonder dat de vereischte vergunning is verleend, eene voorstelling of vertooning, als in artikel 1 bedoeld, wordt gegeven;

b de houder der vergunning, die voorstellingen of vertooningen, als bedoeld bij artikel 1, laat geven, voorlangeren termijn of van andere soort dan waarvoor vergunning

is verleend.

ART. 9. (1). Deze ordonnantie treedt in werking op 1 April 1902. (2) Met dien datum wordt ingetrokken de pacht van het spelen van wajang in jie residentie Batavia (Staatsblad 1849 No. 52, Bijlage Letter L.) en artikel 2 der ordonnantie van 23 October 1862 (Staatsblad No. 126.)

Sluiten