Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijaldien zij geen verzoek om concessie indienen binnen drie maanden, nadat zij met de winning van bitumineuze zelfstandigheden hebben aangevangen, wordt de voorkeur verbeurd, welke hun bij art. 15, 2de lid en art. 17, 2de lid van Ons besluit van 2 September 1873 (Indisch Staatsblad No. 217a) is toegekend.

ART. 3. De in de artikelen 1 en 2 bedoelde personen zijn gehouden om binnen acht dagen, nadat zij met de winning der bitumineuze zelfstandigheden hebben aangevangen, daarvan mededeeling te doen aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.

Zij zijn verplicht om, zoolang zij tot het winnen van bitumineuze zelfstandigheden, op den voet van dit besluit, gerechtigd zijn, duidelijke teekeningen (plannen) te doen opmaken en maandelijks te doen bijhouden van de werken, beneden en boven den beganen grond.

Van die teekeningen moeten zij ten allen tijde, op aanvrage van het betrokken departement van algemeen bestuur, binnen eene maand eene copie overleggen.

Zij zijn verplicht, desverlangd, aan de Hoofden van gewes'elijk en van plaatselijk bestuur, zoomede aan de Gouvernementsmijningenieurs, inzage te verleenen van hunne boeken.

ART. 4. Overtreding van de eerste alinea van artikel 3 wordt gestraft met eene boete van tenminste f 10.— en ten hoogste f 100.— voor eiken dag verzuim. Overtreding van de tweede alinea van artikel 3 wordt gestraft met eene boete van tenminste f 10.— en ten hoogste f 100.— Overtreding van de derde alinea van artikel 3 wordt gestraft met eene boete van f 1.—voor eiken dag verzuim.

Voorts wordt winning van product op den voet van dit besluit beschouwd en gestraft als overtreding van artikel 5 van Ons besluit van 2 September 1873 (Indisch Staatsblac No 217a.):

a. na het verstrijken der daarvoor toegestane termijnen;

b. bij overschrijding der gestelde maximum hoeveelheid;

c. indien langer dan eene maand de inzending der in de eerste alinea van artikel 3 bedoelde mededeeling is verzuimd.

ART. 5 enz.

No. 67 HERZIENING der regelen omtrent de inlandsche grondontginningen op Java en Madoera.

Staatsblad 1896No. 44, zooals het is gewijzigd bij Stbl. I904no. 416.1).

ART. 1. Voor het ontginnen door inlanders van grond, deel uitmakende van het Staatsdomein en niet gemeene

1) Zie over ontginningen in 's lands bosschen No. 35 hier voren.

Sluiten