Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Op het overblijvende deel van het bovendek mogen hutten worden gebouwd voor passagiers der hoogere klassen ; voor iederen passagier moet echter in die hutten eene oppervlakte beschikbaar zijn van minstens 1.50 vierkanten Meter en de hoogte van die hutten moet ongeveer 1.80 Meter bedragen.

(3) De voor de passagiers bestemde ruimte op het bovendek zal tusschen de passagiers der hoogere en laagste klassen verdeeld worden, zooals de gezagvoerder zulks wenschelijk oordeelt, onder dien verstande echter dat voor iederen passagier eene dekoppervlakte van 0.56 vierkanten Meter beschikbaar blijft.

V. Keuringen in Nederlandsch-Indië en Certificaten.

ART. 16. (1) Of een pelgrimsschip, dat uit eene haven in Nederlandsch-Indië wenscht te vertrekken naar eene buiten Nederlandsch-Indië gelegen ' plaats, aan de gestelde eischen voldoet, wordt onderzocht door eene keuringscommissie, bestaande uit vier leden ; twee dezer leden zijn : de havenmeester en te Batavia de geneesheer, ingevolge artikel 15 van de Bepalingen ter voorkoming van het overbrengen van besmettelijke ziekten over zee in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1892 No. 44), met het gezondheidsonderzoek belast, te Padang de geneesheer, belast met den civielen geneeskundigen dienst.

(2) Deze commissie stelt tevens vast hoeveel passagiers der hoogere en laagste klassen, overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 14 en 15, met het schip hoogstens mogen worden overgevoerd.

(3) Het betrokken Hoofd van gewestelijk bestuur benoemt en ontslaat de in het le lid van dit artikel niet nader aangeduide leden der keuringscommissie, benevens de plaatsvervangende leden, welke bij hunne verhindering zitting nemen. Van elke benoeming wordt mededeeling gedaan aan den Commandant der Zeemacht en Chef van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indië.

ART. 17 t/m. 20 enz.

ART. 21. (1) Ingeval het schip, naar het oordeel der keuringscommissie, aan de in art. 6 gestelde eischen voldoet, of wel, indien het schip in de termen valt van art. 19, alinea 3, en tevens voldoet aan de letters g en h van art. 6, dan wordt — nadat gebleken is dat de bemanning is samengesteld overeenkomstig de artikelen 11 en 12 — door de commissie een certificaat in drievoud opgemaakt, waarvan het origineel en het duplicaat, op een zegel van f 1.50, door het Hoofd van plaatselijk bestuur worden

Sluiten