Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevindt, wordt ook het origineel van dit certificaat door den gezagvoerder bij den Consul ingeleverd.

(3) Bij aankomst in eene pelgrimshaven dient de gezagvoerder het duplicaat van certificaat A aan den havenmeester in, tegelijk met de andere scheepspapieren, bedoeld in art. 5 van het Algemeen Politiereglement voor reeden, ankerplaatsen en havens in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1885 No. 87 en 214).

(4) Behoudens het bepaalde in het 2de lid, worden vervallen certificaten door den gezagvoerder afgegeven aan den havenmeester der pelgrimshaven, waar het schip zich bevindt tijdens — of het eerst komt na — het vervallen van het certificaat; in het eerste geval binnen tweemaal 24 uren na den dag, waarop het certificaat heeft opgehouden geldig te zijn, in het tweede geval binnen tweemaal 24 uren na aankomst van het schip.

(5) Certificaten, die op grond van art. 28, alinea 1, worden opgeëischi, moeten door den gezagvoerder binnen 24 uren bij den havenmeester worden ingeleverd.

ART. 28. (1) Indien de havenmeester eener pelgrimshaven meent, dat een schip, hetwelk in het bezit is van een nog niet vervallen certificaat A, of van nog niet vervallen certificaten A en B, niet meer aan de gestelde eischen voldoet, dan stelt hij een onderzoek in en eischt, zoo noodig, het betrekkelijke certificaat of de certificaten op van den gezagvoerder, wien hij tevens schriftelijk opgeeft, ten aanzien van welke punten voorziening wordt gevorderd.

(2) Het in de vorige alinea bedoeld onderzoek geschiedt kosteloos.

ART. 29 (1) De havenmeester geeft het certificaat of de certificaten, in het vorig artikel bedoeld, terug, zoodra de noodige voorziening naar zijn genoegen is aangebracht.

(2) Indien de gezagvoerder, reeder of agent van het schip daartoe schriftelijk het verzoek doet aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, wordt de gegrondheid van het oordeel van den havenmeester, hetzij nopens de punten, ten aanzien waarvan voorziening wordt gevorderd, hetzij over de aangebrachte voorziening, zoodra mogelijk onderzocht door de in art. 16 bedoelde keuringscommissie.

(3) In dit geval wordt de havenmeester als lid dier commissie vervangen door een ander, door het Hoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen deskundig persoon.

Sluiten