Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met dien verstande, dat vergunning tot het doen van hetgeêfï bij art. 34 verboden is alleen kan worden verleend, indien daartegen geen bezwaar bestaat bij den Localen Raad, die in de behoefte aan brandweer heeft te voorzien. 1)

Art. 39. Verbod om voorwerpen op den spoorweg te leggen.

Voorwerpen, die het verkeer kunnen belemmeren, mogen niet op de spoorwegen worden nedergeiegd.

Art. 40. Verbod om langs of op den spoorweg te loopen of te rijden.

Het is aan ieder, wien het uit den aard zijner betrekking niet vrijstaat, verboden, indien hem door of namens de bestuurders van den spoorwegdienst daartoe geen toestemming is verleend, langs of op den spoorweg te loopen of te rijden.

Art. 41. Verbod om dieren langs of op den spoorweg te drijven.

Het is verboden buiten de toestemming, in het vorig artikel bedoeld, paarden, vee of andere dieren langs of op den spoorweg te drijven of te laten loopen.

Art. 42. Verbod om zware voorwerpen over de overwegen te slepen.

Over de overwegen van de spoorwegen mogen geene zware werktuigen, boomstammen en dergelijke moeilijk vervoerbare voorwerpen worden gesleept. Deze moeten worden gedragen of met sleden of wagens over de overwegen gebracht worden.

HOOFDSTUK VI.

Voorschriften ter verzekering van de veiligheid van het gewoon verkeer langs, over en door de spoorwegen.

ART. 43. Afsluiting van den spoorweg.

Elke spoorweg wordt van het omliggende terrein gescheiden op de volgende plaatsen :

a. op de stations en halten, zooals dit op de door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken goedgekeurde ontwerpen is aangegeven;

b. bij alle vlakke overwegen op de wijze, in art. 46 omschreven;

c. bij langs den spoorweg loopende (parallel) wegen ;

d. in bewoonde plaatsen en verder

g. overal, waar de Gouverneur-Generaal het noodig acht.

1) Zooals art. 33 is aangevuld bij Stbl. 1907 No. 446.

31*

Sluiten