Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, verlicht, waartoe voor weinig bezochte overwegen van de handlantaarn van den wachter kan worden gebruik gemaakt.

Art. 52. Verbod om afsluitingen te openen en over overwegen te gaan.

(1) Het is verboden :

a. wanneer de door of van wege den spoorwegdienst bewaakte overwegen afgesloten zijn, de afsluitingen te openen of over die wegen te gaan, te rijden of paarden of vee te drijven ;

b. de afsluitingen van de uit- en overwegen, in de tweede alinea van art. 48, of die van de voetpaden, in de laatste alinea van art. 46 bedosld, te openen of over die wegen of paden te gaan, te rijden of paarden of vee te drijven wanneer een trein in aantocht is.

(2) Zoolang de onder a. genoemde overwegen afgesloten zijn, worden paarden, vee en bespannen voertuigen op een afstand van 25 meter van de afsluiting gehouden. Die afstand wordt door een van wege den spoorwegdienst op te richten paal aangewezen.

ART. 53. Toezicht op pleinen en toegangen tot stations.

(1) Op de pleinen der stations moeten de wagens en rijtuigen tot het afhalen van reizigers op de daartoe bepaalde plaatsen verblijven ;

(2) Het toezicht op deze pleinen en de toegangswegen tot de stations wordt gehouden van wege den spoorwegdienst, voor zoover daarin niet door gewestelijke of locale verordeningen is voorzien. 1)

Art. 54 enz. 2)

HOOFDSTUK IX.

Algemeene»bepalingen betrekkelijk het vervoer op de spoorwegen.

ART. 161 enz.

ART. 162. Verhouding van het publiek tegenover de beambten en bedienden van den spoorweg.

(1). Het publiek is verplicht de voorschriften op te volgen, welke door de beambten en bedienden van den spoorweg, aan

1) Art. 53 is gewijzigd bij Stbl. 1907 No. 445.

2) Art. 95 is gewijzigd bij Stbl. 1901 No. 370 ; art 96 bij Stbl. 1896 No. 243 en 1903 No. 397; art. 141 bij Stbl. 1896 No. 33; art 64 bij Stbi. 1905 No. 518; art. 56, 92, 95a.. 110 en 123 bij Stbl. 1906 No. 45ö; art. 119 bij Stbl. 1907 No.-309 ; art. 104 bij Stbl 1902 No 455 en de art. 66 tot en met 10?a, 106, 110 en 148 zijn geheel vei vangen door n.cuwe artikelen bij Stbl. 1909 No. 190, waarbij tevens art. 155 en 160 zijn gewijzigd.

Sluiten