Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomstig de bepalingen dezer ordonnantie, onverwijld gevolg geeft, tenzij hij daartegen overwegende bezwaren heeft.

In dit geval brengt hij ze ter kennis van het Hoofd van gewestelijk bestuur, die beslist. 1)

ART. 20 en 21 enz. 2)

HOOFDSTUK VII.

Van de zorg van de opvarenden.

ART. 22. (1) De opvarenden, die bij het gezondheidsonderzoek bevonden worden niet te lijden aan eene besmettelijke ziekte, worden, zoodra de autoriteit, met het gezondheidsonderzoek belast, het veroorlooft, onbelemmerd aan den wal toegelaten; evenwel heeft vooraf ontsmetting plaats, indien deze door den geneeskundige noodig wordt geoordeeld.

(2) Zij mogen niet weder op het schip komen, alvorens de gemeenschap met den wal hersteld is.

ART. 23 (1) De opvarenden, die bij het gezondheidsonderzoek bevonden worden aan eene besmettelijke ziekte te lijden of ziekteverschijnselen vertoonen, welke het ontstaan van zoodanige ziekte bij hen doen verwachten, worden, op de wijze, als bij art. 17 der ondonnantie ter voorkoming en beteugeling van epidemieën (Stbl. 1892 No. 45) is voorgeschreven, overgebracht naar eene dóór het Hoofd van plaatselijk bestuur aan te wijzen gelegenheid, zooveel mogelijk geschikt voor verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten, en daar afgezonderd en verpleegd, tenzij de autoriteit, met het gezondheidsonderzoek belast, verklaart dat de toestand van den lijder het vervoer niet gedoogt of dat andere omstandigheden het vervoer niet raadzaam maken.

(2) Lijders, die op de plaats, waar het onderzoek geschiedt, of in hare onmiddellijke nabijheid wonen, kunnen met vergunning van het Hoofd van plaatselijk bestuur, gegeven na ingewonnen advies van den met het geneeskundig onderzoek belasten persoon, naar hunne woning vervoerd worden.

(3) Geene voer- of vaartuigen worden tot het in de voorafgaande twee alinea's bedoeld vervoer gebruikt, dan die door het Hoofd van plaatselijk bestuur aangewezen of goedgekeurd zijn. Zij worden, zoo noodig, na gebruik ontsmet overeenkomstig de voorschriften van het vorenbedoeld ontsmettingsreglement.

(4) Op het begraven der aan eene der genoemde ziekten overledenen zijn de artikelen 18 en 19 der ordonnantie ter

1) Zooals de art. 15 ei 19 luiden cfm. Stbl. 1905 No. 184.

2) Art. 18 en 20 zijn gewijzigd bij Stbl. 1902 No. 110 en art. 21 bij Stbl. 1902 No. 216.

Sluiten