Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) Indien bij de ingevolge de vorige alinea verrichte keuring het dier vrij van hondsdolheid is bevonden, reikt de met de keuring belaste ambtenaar aan den houder de bij artikel 3 bedoelde vergunning uit.

(4) Bestaat bij dien ambtenaar niet de overtuiging, dat geen gevaar voor hondsdolheid aanwezig is, doch is deze ziekte evenmin met stelligheid te constateeren, dan wordt die vergunning verleend onder de daarin te omschrijven verplichting, dat terstond na de ontscheping de hond in quarantaine worde gesteld.

(5) Bij verhindering of niet tijdige verschijning van den europeeschen veeartsenijkundigen Landsdienaar kan de met de havenpolitie belaste ambtenaar de vereischte vergunning verleenen tot ontscheping van den hond, mits de bij alinea 2 van dit artikel bedoelde schriftelijke verklaringen door hem in orde zijn bevonden en het dier, in afwachting van het onderzoek door den europeeschen, veeartsenijkundigen Landsdienaar terstond bij de ontscheping in voorloopige quarantaine wordt gesteld. Doet bij dat onderzoek het in alinea 4 bedoeld geval zich voor, zoo wordt de voorloopige -door definitieve quarantaine vervangen.

ART. 5. (1) Honden, die van eeni^e plaats binnen Nederlandsch-Indië worden aangevoerd, worden tot ontscheping slechts toegelaten krachtens eene op den voet van artikel 3 door den met de havenpolitie belasten ambtenaar uitgereikte schriftelijke vergunning.

(2) Tot de afgifte dezer vergunning wordt niet overgegaan dan nadat aan genoemden ambtenaar overgelegd en door hem in orde bevonden zijn :

le eene schriftelijke verklaring, afgelegd ten overstaan van het Hoofd van plaatselijk bestuur der streek, waaruit de hond afkomstig is, vermeldende de plaatsen, waar het dier gedurende de laatste zes maanden, voorafgaande aan den dag van vertrek, zich heeft bevonden;

2e eene schriftelijke verklaring van het Hoofd van plaatselijk bestuur der afdeeling of afdeelingen, waar de hond gedurende genoemd tijdvak in Nederlandsch-Indië zich heeft bevonden, inhoudende dat gedurende de laatste zes maanden zich geen geval van hondsdolheid in de afdeeling heeft voorgedaan, zoomede voor de laatste verblijfplaats den datum van vertrek, benevens gelijksoortige schriftelijke verklaringen van vermelde autoriteit, ter plaatse waar de hond is ingescheept, en van dien ambtenaar of het betrokken districtshoofd voor de tusschen

Sluiten