Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid van artikel 4 bedoeld register is uitgereikt, wordt gestraft met eene geldboete van f 1 (één gulden) tot f 50 (vijftig gulden), bij wanbetaling te vervangen door gevangenisstraf, dan wel tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van één tot acht dagen.

ART. 9. Hij, die een penning, als bedoeld bij het vorig artikel, namaakt, of een nagemlakten penning verkoopt of te koop aanbiedt, of desbewust gebruikt, wordt gestraft met één jaar gevangenisstraf of dwangarbeid buiten den ketting.

ART. 10. (1) Onverminderd het bepaalde in artikel 7 worden honden, die, niet voorzien van een geldigen penning, op openbare wegen of pleinen los'oopend worden aangetroffen, door of op last van da politie opgevat, tenzij wegens de daarbij zich voordoende bezwaren afmaking noodzakelijk is.

(2) Ingevolge het bepaalde bij het vorig lid opgevatte honden worden tegen vergoeding der kosten van onderhoud, volgens een door het Hoofd van plaatselijk bestuur vast te stellen tarief, aan den houder teruggegeven, op vertoon van den overeenkomstig de artikelen 1—5 daarvoor uitgereikten penning, indien tot het dragen daarvan op het oogenblik van de opvatting verplichting bestond.

(3) Is binnen den termijn van drie dagen, na den dag der opvatting, geen verzoek om teruggaaf ontvangen, of blijkt niet dat de persoon, die een zoodanig verzoek doet, de houder van den teruggevraagden hond is of dat hij gerechtigd is namens dezen een zoodanig verzoek te doen, dan kan de hond worden afgemaakt of voor wetenschappelijke doeleinden bestemd, dan wel ten voordeele van den Lande in het openbaar worden verkocht.

(4) Voor de krachtens de bepalingen van dit artikel afgemaakte of bij de uitvoering daarvan gekwetste honden wordt geene schadeloosstelling uitgekeerd.

(5) De toepassing dier bepalingen geschiedt met inachtneming der bevelen van het Hoofd van plaatselijk bestuur.

ART. 11. (1) Deze ordonnantie is niet van toepassing op honden, toebehoorende aan de Hoofden van inlandsche zelfbesturen en honden, welke nog geen vijf maanden oud zijn.

(2) Zonder hieraan te kort te doen, kunnen op verzoek der eigenaren ten behoeve van honden, toebehoorende aan de in het vorig lid aangeduide Hoofden, penningen, als bedoeld in artikel 4, kosteloos worden uitgereikt en verwisseld.

Sluiten