Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 7. 1) (1) Een gemengd huwelijk kan niet worden voltrokken, tenzij vooraf blijkt, dat ten aanzien der vrouw, voor zoover haar persoon betreft, voldaan is aan de voorschriften of vereischten van het voor haar geldend recht, wat betreft de hoedanigheden en voorwaarden, welke gevorderd worden om het huwelijk te kunnen aangaan, zoomede-de formaliteiten, welke vóór de voltrekking daarvan moeten plaats hebben.

(2) Verschil van godsdienst, landaard of afkomst kan nimmer als beletsel tegen het huwelijk gelden.

(3) Ten bewijze dat, uit hoofde der bij het eerste lid van dit artikel bedoelde voorschriften of vereischten, tegen de voltrekking van het huwelijk geene bezwaren bestaan, moet eene verklaring op ongezegeld papier kosteloos worden afgegeven door dengeen, die volgens het voor de vrouw geldend recht te harer woonplaats met de voltrekking van huwelijken belast of daartoe bevoegd is. Wanneer zoodanig persoon volgens het voor de vrouw geldend recht niet bestaat, zal de hierbedoelde verklaring worden afgegeven door het hoofd der ingezetenen van den landaard, waartoe de vrouw behoort, of, bij ontstentenis van zoodanig hoofd, door een, door het Hoofd van plaatselijk bestuur van de woon- of verblijfplaats der vrouw, aan te wijzen deskundige.

(4) Indien die persoon niet kan schrijven, geldt het vierde lid van artikel 6.

(5) De verklaring, in het derde lid van dit artikel bedoeld, verliest van rechtswege hare kracht, indien het huwelijk niet binnen het jaar, na de afgifte daarvan, is gesloten.

ART. 8. Ingeval van weigering om voormelde verklaring af te geven, beslist de gewone dagelijksche rechter der vrouw, op het daartoe strekkend verzoekschrift van de belanghebbende of van de belanghebbenden, in hoogste ressort, zonder vorm van proces, omtrent de al of niet gegrondheid der weigering.

Indien die rechter de weigering ongegrond verklaart, treedt diens beslissing in de plaats van de verklaring, in het vorig artikel bedoeld.

Ten opzichte van deze beschikking geldt het bepaalde, in de laatste alinea van het vorig artikel.

Art. 9. 2) Hij, die tot de voltrekking van een gemengd huwelijk overgaat, zonder dat de verklaring, vermeld in het derde lid van artikel 7, dan wel de rechterlijke beschikking, bedoeld in de voorlaatste alinea van het vorig artikel, is overgelegd, wordt gestraft met eene geldboete van hoogstens vijftig gulden.

1) Zooals dit art. is gewijzigd bij Stbl. 1901 No. 348.

2) Zooals dit art. is gewijzigd bij Stbl. 1902 No. JU-

Sluiten