Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geene b,]zondere omstandighedenof d~- het Hoofden

gewestelijk bestuur gegeven voorschntten

verzetten.

ART. 2. (1) De9odsdienfee^^

leerlingen aan, overeenkomstig h ^ inachtneming

^aanneming ™ ^ ÏÏ7JX

Zr™ ^ttld van

"r

den todsilSS'S j-fj"jf "Jmmis^è, tedoeld hoofd, dat, evenals ,d» a°der^°d plaatselijk bestuur, de

in artikel 3, zoomede he . inzage van dat

Regent en de zelfstandige Patih ten allen tij

register kan vorderen.

art. 3. (i, He, cr:srs^

te geven onderricht wordt zoodanige inlandsche

ten, zelfstandige P^'^er^ooZ van plaatselijk ambtenaren bescheiden zij , hestaande uit het districts-

bestuur, uitgeoefend door ommis , Hoofd van gewes-

hoofd als Voorzitter en twee of meer door

telijk bestuur benoemde in an sc ^ ^et vorig

(2) De godsdienstleeraars zijn verp ï lid bedoelde personen: wfpn betreffende het

* ï^^^fefd:ndÏr^Sdeelnemende leerlingen; 9 9 . l x. oiip bebouwingen,

'• ïïtemïvo» het^onderwijs^of tot verblijf de, leerlingen.

ART. 4, (1) Met „ne geldboete^van^n . k°si MndK 1000 van éé°

T te, "ge- vTn'ICt daansch

> %%£ rJZfTZrZ*-. vermeld ,«

Sluiten