Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Bij den aanleg dier ruimten moet steeds een voldoende hoeveelheid verzekeringsmateriaal in de nabijheid aanwezig zijn.

(3) Worden zulke ruimten niet meer of tijdelijk niet gebruikt, zoo moeten zij op zoodanige wijze worden afgesloten, dat het betreden ervan, zonder gewelddadige verbreking der afsluiting, onmogelijk is.

(4) Tijdelijk buiten gebruik gestelde ruimten mogen, behalve door daarvoor door den technischen chef van het mijnwerk uitdrukkelijk aangewezen personen, niet worden betreden, dan nadat uit een onderzoek gebleken is dat zij voldoende veiligheid aanbieden.

ART. 384 t/m 386 enz.

ART. 387. (1) Onverminderd de nakoming van andere in dezen titel opgenomen voorschriften van dezelfde strekking, moet elke werkplaats in een diepbouw tenminste eenmaal gedurende elke schoft (schicht) door een der toezicht houdende europeesche beambten, met het oog op de veiligheid, worden nagegaan.

(2) Het aantal dier beambten moet groot genoeg zijn om het in het eerste lid van dit artikel bedoeld onderzoek met de vereischte nauwkeurigheid te doen plaats hebben.

ART. 388 t/m 390 enz.

ART. 391. Losse voorwerpen mogen slechts op zoodanigen afstand van putten worden geplaatst, dat zij niet door eenig toeval in den put kunnen vallen.

ART. 392 en 393 enz.

ART. 394.(1) Bij het afdiepen van een mijnput moeten de in den put werkende lieden op voldoende wijze tegen naar beneden vallende voorwerpen beschermd worden.

(2) De lastbakken mogen daarbij niet hooger dan tot 10 centimeter beneden den rand worden gevuld. Voorwerpen, die niet geheel in den lastbak kunnen worden geborgen, moeten behoorlijk aan den kabel worden vastgemaakt.

ART. 395 enz.

ART. 396. Bij den opvoer door mijnputten moet de verbinding van den opvoerkabel met lastbak of kooi van dien aard zijn dat een toevallig losgaan ervan niet kan plaats hebben.

ART. 397. (1) In a^e mijnputten, welke voor den opvoer dienen en meer dan 20 meter diep zijn, gerekend van af de

Sluiten