is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

VAN BATAVIA NAAR GOA.

Naar de kantoren, van welker toestand in de vorige hoofdstukken een schets is gegeven, werd dan in 1657 Van Goens afgevaardigd. Hij stond aan het hoofd van de aanzienlijke macht van 13 schepen, van welke reeds negen „cloecke oorlogsschepen," onder bevel van den commandeur Adriaan Roothaas, naar Goa's bhare vooruit gezonden waren. Het eerste doel van de expeditie was de verovering van Diu. Opdat niet door het verschijnen van een groot aantal compagnie-schepen voor Goa de vijand zou kunnen vermoeden, dat er een aanslag op Diu .gewaagd zou worden, werd den admiraal aangeraden, zich niet met de geheele scheepsmacht voor Goa te vertoonen.

Een „positive ordre" van handelen werd overigens Van Goens niet voorgeschreven. Aan hem werd overgelaten zijn maatregelen te nemen en plannen te maken naar de omstandigheden, die hij voor Goa zou vinden.

Na de verovering van Diu („soo 't Godt den Heere belieft"), zou de stad van „vertrouwd" garnizoen, „alsoo wij daar wat ver van de hant sullen gelegen sijn," en van voldoende levensmiddelen worden voorzien. Van Goens zelf zou dan met zijn vloot naar Ceylon stevenen, voor Goa een vijf- of zestal schepen achterlatende.

Op Ceylon was zijn taak de verovering van het eiland Manaar en de stad Jaffanapatnam, opdat de Compagnie met meer gerustheid de kaneellanden zou, kunnen bezitten en niet meer bevreesd behoefde te zijn voor een samenspannen van Raja Singha met de Portugeezen. Tot grooter veiligheid diende dan ook de vijand van de tegenover