is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het midden voor de bhare lag Roothaas met de Phenix, Weesp en Zierikzee. De vice-commandeur Adriaan van Leenen sloot den noordelijken uitgang bij 't kasteel Aguade af om in- of uitgaande fregatten te keeren. Hij had het bevel over de schepen Tholen. Ter Schelling en Leeuwin. In het zuiden tegenover 't kasteel Mormogan hield de schoutbij-nacht Rins Jansen de wacht met de Vlieland, Workum en Goutsbloem.

Zoolang er eenige grond was om te vermoeden, dat de vijand een uitval zou wagen, moesten de schepen bij elkaar blijven en mocht er zelfs geen naar Wingurla gezonden worden om ververschingen te halen. Als er water noodig was, moest het door inlandsch vaartuig gehaald worden.

„Soo den vyant uijtcomt, dat God tot grootmakingh zijns H. naems, eere van 't vaderlant, welvaren der Comp' en 't onser salicheijt genadich verleende", moest zooveel mogelijk gehandeld worden naar de „Ordre om bij uytcomste van den vyant ('t welck na alle apparentie 's morgens met de lantwint sal geschieden) te houden enz."

Zoodra bemerkt werd. dat de vijand dan 's morgens met den landwind aanstalten maakte buiten de bhare te komen, moest de vloot de ankers lichten en zich met den meestal noordwest wordenden wind zachtjes laten afdrijven, liefst tot bezuiden de Copers eilanden. Als het gelukte den vijand zoo buiten en bezuiden de bhare te lokken, zou dat een begin van overwinning zijn. Want met den noordwesten wind zou de vijand niet gemakkelijk terug naar Goa kunnen ontsnappen. Was de vijand zoo een mijl of meer uit de kust gelokt, dan zou de geheele vloot verdeeld in de drie bovengenoemde eskaders met volle zeilen op den vijand afgaan en zich dwars door hem heen slaan. Adriaan Roothaas met de Phenix voorop, gevolgd door zijn twee andere schepen, moest recht op den portugeeschen admiraal aansturen en hem niet eerder de volle laag geven, voor hij dwars op zijn zijde was en zeker hem te raken. Met de kanonnen van de andere zijde kon dan onderweg den vijand zooveel mogelijk afbreuk gedaan worden.

zee behouden. De Portugeezen waren in bezeildheid de meerderen; in zeemanskunst en taktiek zeker niet de minderen. Dan moet de grootere gevechtswaarde van de Nederlanders den doorslag gegeven hebben. Deze kan bestaan hebben, zoowel in de personen al* in de betere bewapening. Daarom is in den tekst de opgave van de Resolutie overgenomen.

Ook volgens J. 1. Saar, Fünfzehn Jahrige Kriegs Dienst, p. 133, waren de Nederlanders door hun handiger geschut en lichtere schepen in het voordeel: „kunten wir lhnen zweimal die volle Laag geben, ehe sie einmahl."