is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het door den wind gaan, in de duisternis geen vijandelijke van eigen schepen onderscheidende, aan elkander en brachten met kanonschoten elkaar wederkeerig schade toe. 't Galjoen (voorste deel van het schip, onder de boegspriet) van Weesp, werd door de Leeuwin stuk gevaren. En de vijand? Die was er al van door naar zijn kasteelen.

& Sacrament

&Anlïwny Admiraal

naarde kasteden.

I. 20/21 Januari. 3« phase.

Daar werden zijn schepen den volgenden morgen bij zonsopgang door Roothaas en de zijnen ontdekt. Wel mocht de commandeur zeggen, dat de nachtgevechten „dangereus" waren en hij had er bij kunnen voegen niet alleen „weijnich gepractiseert", maar voor hem ook weinig praktisch.

De verhezen op de vloot bedroegen 6 dooden en 14 è 15 gewonden. De vijand zou volgens geruchten „maer" 11 dooden en ongeveer 70 gekwetsten hebben gekregen. Waarom die getallen voor de vijanden met „maer" moeten worden ingeleid? Vermoedelijk alleen omdat de opgaven van de gedoode vijanden altijd veel hooger zijn dan die van het eigen volk.

Eenige dagen later moest de commandeur het weer tot zijn spijt aanzien, dat met den landwind nu van het noorden 15 fregatten, dicht langs de kust houdend, Goa's bhare binnen zeilden. Bij gebrek aan klein vaartuig kon hij het niet beletten.

Den 27,te, Januari werd de vechtlustige vlootvoogd nogmaals teleur-