is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE Hl.

Rljckloff van Goens. Raet van India. Adnürae ter zee superintendent veltoverste en Commissaris van de Hollantse Natie over de custen van India ende Ceylon. sent desen brief aen Tirlmele Ndjck van Madure, Neffens sijnen groet met toewensingh van gesontheyt en een langh geluckigh leven tot vermeerdering syn(s) Rycx op aerden.

Groot mogent vorst en Heere.

U Hoooh» gedurende aÜantien en bewesen vruntschappen aen onse natie heeft ons9occagie gegeven om U.E. Hoogh- landen eenmaelvar, onse wanden de Portugeesen te suijveren. opdat wij nae haer vertreck met u Hoogh' in een waere confidente. vaste ende seeckere vruntschap mogen leven want het is onmogelijck. dat wij beijde in uwe hoogh«» landen connen woonen. Wy versoecken daerom. dat uwe Hoogh' ons gelieve toe te staen, deselve voortaen van hier allom te verjagen. geÜjck wij aen u Hoogh' dorp Tutucorin begonnen hebben, ende dat sulcx door u Hoogh«voor welgedaen mach werden gehouden. Seer gaerne had ick onse toterprmce u Hoogh vooraf doen bekent maecken, maer overdenckende dat de Portugeezen. onder u Hoogh* faveur hier saten. docht ons best sulcx op ons eijgen naem uijt te voeren, opdat sij geen protest op U Hoogh* persoon mochten hebben die nu haer op ons mach afwijsen om hun revenge te soecken. Wij wachten jegenwoordigh alleen na eenich aensienl. persoon om met ons de saecke alhier af te handelen ende om daertoe een beginsel te maecken. Soo hebbe goetgedacht, neffens desen aen U Hoogh* te senden onsen expressen gesanten den oppercoopman Eduart Ooms. een Üt van onsen secreten rade en den coopman Jacob van Rhee geaccompagneert met den resident van Cayl1), een schrijver, Candia Lappa, ses soldaten van mijn guarde en verdere swiete. U Hoogh' gelieve denselven gelooff te geven, ende haer alle onder LLE. Hoogh" bescherminge aen te nemen, onse intentie met anders sijnde dan tot voordeel uwer Hoogh' ende sijn onderdanen te besluvten ende dat geen andere natie uwe Hoogh* havenen mogen frequenteren, gelyck wij oock voornemen tegens U Hoogheyts wille opTutuconn niet bij der hant te nemen maer sullen tselve ongequest uwe mamgaers

i) Cayl — Caylpatnam.