is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeltelijk onbegroeid en van uit het dal duidelijk als een witte krans om den berg zichtbaar. Het onderste gedeelte hangt over en er zijn tal van ruime grotten onder. Deze wand bestaat uit een zeer grove vulkanische tuf, het benedenste gedeelte echter voor een gedeelte uit lagen van fijne tuf en asch. Deze laatsten zijn door water en wind sterk weggevoerd, wat tot de vorming van een reeks van grotten aanleiding heeft gegeven. De grot, die wij het eerst bereikten, is zeer ruim en een straaltje helder water stort daar van het bovenplateau van den berg naar beneden. Ik besloot deze grot, die aan de noordzijde van den berg is gelegen, Roemah Batoe te doopen en als mijn verblijfplaats te kiezen. In een grot in de onmiddellijke nabijheid van de onze vonden wij een legerplaats van Poenans, die klaarblijkelijk bij onze nadering op de vlucht waren gegaan. Hun vuur brandde nog en hun bamboekokers en kokosschalen waren met water gevuld.

Om den top te bestijgen moesten wij een grooten omweg langs den vertikalen tufwand (PI. XI) maken, die het bovenste terras van den Liang-Agang vormt, totdat het ons eindelijk gelukte, een kloof te vinden, die opklimmen veroorloofde. Overal vonden wij talrijke sporen van Poenans, die klaarblijkelijk nog zeer kort geleden zich hier hadden opgehouden. De mij vergezellende Dajaks van Soehaid werden bevreesd en de gids van Na Raoen deed geen pogingen om hen gerust te stellen,