is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen van de eigenaardige verwarringen, die door de groote en snelle daling van den prijs van het zilver hier waren ontstaan. De overal in West-Borneo gangbare hoofdmunt is de Mexicaansche of vogeldollar (ringgit boeroeng) of de daarmede in waarde gelijkstaande Japansche Yen. Deze wordt verdeeld in soekoes, Nederlandsche tienstuiverstukjes. Bij deze laatste geldt de volgende onderverdeeling: i soekoe = 2 tali (Ned. Indische kwartjes) = 5 këtip (Ned. Ind. dubbeltjes). Als kleinste pasmunt vindt men overal de doeit (oude Nederlandsche duiten der 7 provinciën !). Een këtip wordt gerekend 12 duiten waard te zijn. Kleine berekeningen worden gewoonlijk uitgevoerd in een fictieve munt, de wang2), waarvan de waarde wordt gerekend op 10 duiten.

De waardeverhouding tusschen de soekoe en haar onderdeelen, kortom van alle Nederlandsche pasmunt, is onveranderd gebleven. Eveneens is onveranderd gebleven de verhouding van de soekoe tot den Nederlandschen rijksdaalder (ringgit baroe of ringgit kompanie) en den Nederlandschen gulden, die respectievelijk vijf en twee soekoes waard zijn 3). Met de koersverandering van het zilver mede was echter de waardeverhouding veranderd tusschen de niet door goud gedekte ringgit boeroeng en de soekoe. Oorspronkelijk werd een ringgit boeroeng gerekend 7, later 5 en eindelijk 4 soekoes waard te zijn. In de iste helft van het jaar 1894 was de koers van het zilver zoover gedaald, dat te Singapore en te Pontianak de waarde van de ringgit boeroeng slechts 2*/2 soekoe of iets meer bedroeg. In de omstreken van Sintang en Sëmitau werd echter nog steeds 3 soekoe berekend en eindelijk aan de Boven-Kapoewas werd de waarde van de ringgit boeroeng nog met 4 soekoe gelijkgesteld. Dat deze langzame verspreiding van het begrip van de depreciatie van het zilver voor de Chineezen, die de goedkoope dollars te Sin-

1) In Borneo vindt men bijna uitsluitend duiten van West-Friesland en van Utrecht.

2) Wang of oewang (Mal.) = geld.

3) Inderdaad heeft het Nederlandsche zilvergeld door den dubbelen standaard een fictieve waarde, n.1. het vierde gedeelte van een gouden tienguldenstuk, terwijl de reëele waarde niet meer dan de helft bedraagt.