is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld van de economische beteekenis der oerwouden in Borneo en begrijpt men waar de zwaar geladen bandongs met rotan, die men de Kapoewas ziet afzakken, bevracht kunnen worden. Te betreuren is het voorzeker, dat de wijze, waarop de rotan door de inlanders wordt verzameld, vrijwel met uitroeiing gelijk staat. De prachtige en kostbare rotan sëgah, die vroeger in alle wouden in het heuvel- en bergland van Borneo algemeen was, is nu reeds bijna overal grootendeels uitgeroeid, alleen de Oeloe-Kapoewas is door haar roep van onveiligheid nog niet van dien schat beroofd. Aan de Boengan is integendeel deze zeer gezochte rotansoort zoo algemeen, dat de rustbanken, die des avonds voor ons werden gebouwd geheel uit dit prachtige materiaal konden worden samengesteld. Het is inderdaad te wenschen, dat aan de roekelooze wijze, waarop niet alleen rotan, maar ook in nog sterkere mate gëtah, door de inlanders worden uitgeroeid, een einde worde gemaakt en dat ook in Borneo rationeele woud-exploitatie van staatswege zal worden ingevoerd, zooals die op Java tegenwoordig reeds met zoo heilzaam gevolg in praktijk wordt gebracht. Bij verstandig ingrijpen door den staat zou ook de materieele positie der Dajaks belangrijk verbeteren.

Te 4 p. m. werd Na Poenoe, nVg KM. boven Na Boengan, bereikt. Bij de samenvloeiing van de Boengan en de Poenoe is de rivier breed; de lage landtong tusschen de beide rivieren zet zich voort in een zeer groote rolsteenbank, die alleen bij vrij lagen waterstand droog ligt. Ik roeide de Poenan een eind op-, de oevers bestaan uit schilferige kleilei en kwartsiet, waarvan de lagen vertikaal staan. Terwijl de groote rolsteenbank bij Na Poenoe, wier schuifsteenen zoowel door de Boengan als door de Poenoe zijn aangevoerd, rijk is aan vulkanische gesteenten en men reeds met den eersten oogopslag talrijke stukken gestreepte rhyolith en rhyolith-breccie herkent, zoekt men in de rolsteenbanken van de Sei Poenan reeds op een geringen afstand van hare monding te vergeefs naar een enkel vulkanisch gesteente. Het gehalte en de verdeeling der schuifsteenen komt het meest overeen met hetgeen wij reeds in de Tandjan