is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4io

leemachtig zand van 2 M. dikte. Ook nog veel meer stroomafwaarts tegenover de groote kampong Pëndahara nadert die oude oeverwal den rechteroever nog eens tot op 35 Meter afstand. Zij is daar nog 5Meter hoog en bestaat uit fijn grint, afwisselend met zand en klei. Het materiaal in deze oude oeverwallen draagt een duidelijk fluviatiel karakter. Men mag er uit afleiden, dat voorheen de Katingan nog grint en zand kon afvoeren tot op plaatsen, waar zij nu nog slechts erodeerend werkt en hier en daar slib afzet, wat bijv. het geval kan geweest zijn, toen het gebergte van de Boven-Katingan minder was gedenudeerd dan nu en dus het algemeen verval van de Boven-Katingan grooter was dan nu. Het voorkomen van deze oude fluviatiele afzettingen pleit tegen een recente bedekking door de zee, en dus ook tegen negatieve strandverschuiving in recenten tijd, zooals wel eens voor Zuid-Borneo is aangenomen. Overigens is de vaart langs de Katingan, die verder tot aan de Java-zee met tallooze kronkelingen door een vlak, laag, en ten deele moerassig terrein stroomt, voor een geoloog hoogst oninteressant. De zes dagen, die ik noodig had om in mijn sampan de Katingan tot hare uitmonding in de Javazee af te zakken, behooren dan ook tot de onaangenaamste van mijn verblijf in Borneo. Zonder bezigheid was ik aan mijn klein vaartuigje gekluisterd, waar ik onophoudelijk, doch met weinig succes, tegen de milliarden muskieten moest strijden, waarvoor deze rivier met recht berucht is. Eene kleine afwisseling bracht een kort verblijf te Kasoengan, waar ik in de dienstwoning van het distriktshoofd Dëmang Anoem Tjakra Dalam mijn intrek nam.

De kampong Kasoengan ligt op een zeer smalle strook lands, ingesloten door een kolossale winding der rivier. Terwijl men deze landtong te voet overstekende in weinige minuten de rivier weder bereikt, heeft men een half uur flink roeiens noodig om dienzelfden afstand langs den waterweg af te leggen. Het kleinste gedeelte wordt door Maleiers, het grootste door Dajaks bewoond. De Dajaksche kampong Kasoengan is de grootste en