is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men evenmin als bij ijsschollen het transporteerend vermogen afhankelijk van het verval van den stroom, maar terwijl bij ijsgang de totale massa der meegevoerde vaste stoffen zeer aanzienlijk en de kans zeer groot is, dat door afsmelting en afbrokkeling die vaste stoffeu ergens in het rivierbed zullen bezinken, is het bij drijvend hout alleen eene uitzondering, wanneer grint er op wordt afgevoerd, en dan nog is de kans verreweg het grootst, dat dit grint tot in zee zal worden gedragen. Immers is de beweging van het water in den bovenloop der rivieren met de talrijke stroomversnellingen zoo onstuimig, dat, zoo de steenen, die op eene of andere manier tusschen het hout beklemd geraakt zijn, er daar niet af worden geworpen, er zeer weinig kans is, dat dit lager zal geschieden, waar de stam statig en bijna ongestoord den breeden en rustigen stroom afdrijft.

&Zooals wij zooeven zagen, is dus in de Boven-Kapoewas-vlakte het verval der rivier nagenoeg nul en wordt daar door haar slechts fijn slib afgevoerd. Zijn dit reeds verhoudingen, die men gewoonlijk slechts in den benedenloop van rivieren aantreft, ook in andere opzichten komt het beeld der Ivapoewas in de Boven-Kapoewas-vlakte geheel met dat van een benedenloop overeen. In reusachtige kronkelingen slingert zich de Kapoewas met weifelenden loop door de vlakte; herhaaldelijk worden pintas of pintassans gevonden, waardoor groote bochten worden afgesneden en eilanden worden gevormd-, veelal trekt de pintassan meer en meer de waterafvoer tot zich, de bocht, waardoor het water vroeger stroomde, slibt aan beide zijden toe, geraakt in onbruik en wordt een meer; doch al spoedig accentueeren zich de bochten hier of elders opnieuw, nieuwe pintassans ontstaan, de stroom verlegt zich opnieuw; ten slotte worden vroeger verlaten gedeelten van den loop misschien opnieuw in gebruik genomen, in ligging daarop weder gewijzigd en wellicht opnieuw verlaten en zoo herhaalt zich dit spel van stroomverlegging voortdurend.

Dit verklaart, hoe het komt dat men in deze vlakte (zie kaart IV) overal naast de stroomen één, soms zelfs meer dan één rij van kronkelende meren vindt, oude, buiten functie