is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend, had Müller zich door zijn geleide laten overhalen om zijn wapens in de booten vast te binden. Hoewel er weinig aanleiding bestond, om iets dergelijks van de mijnen te vreezen, zoo legde ik onderweg toch nooit mijne wapens af en 's nachts had ik mijn geladen revolver naast mijn hoofdkussen, wat mij later aan den Ma hakam eens goed te pas kwam.

Met heel wat moeite trokken wij evenals in den 6. Dëlapan deze vallen over, sleepten de booten over de steenen in de bedding verder en stuitten toen weder tegen den 6. Rorooi, nu eerder een nauwe spleet in de rotsen dan een waterval, doch moeilijk anders voorbij te komen, dan door alle goederen een kort eind over land te te dragen, eenige boompjes over de rotsen te leggen en de booten over deze heen te trekken. Anders geraakten zij in de opening bekneld, en gelegenheid om ze op te lichten vonden de mannen niet. Zoo konden de booten nog al spoedig volgeladen worden en de geheele vloot verder in triomf over steenen schurende en slechts zoo nu en dan drijvende haren weg vervolgen.

Wij slaagden er echter toch in, om verder te komen dan waar onze rijst den vorigen dag gebracht was en zoo vertrokken de koeli's reeds vroeg des anderen daags, om ze te halen. Onder den indruk van het zware werken der laatste dagen, wilden zij echter dien dag verder rusten en slechts met moeite kreeg ik er hen toe, ten minste tot een eiland wat meer stroomopwaarts hunne vrachten in de booten voort te slepen. Dat kostte reeds moeite genoeg en een boot met platte einden (boeng) moesten zij daarbij achterlaten voor een stroomversnelling, zoodat allen 's avonds met vreugde den verren donder begroetten, die door de vele bergen om ons heen honderdvoudig weerkaatst werd. Bij ons regende het niet, maar het verwachte water in de rivier ontbrak des morgens niet, zoodat wij den tocht reeds vroeg aanvingen in de hoop den Boelit dien dag nog te bereiken.

Hier en daar hadden wij bijna „des Guten zu viel", want daar bruiste het nu geel geworden water met donderend geweld tusschen de rotsen door, maar de booten dreven nu ten minste en met duwen, trekken en boomen kwamen wij goed vooruit. Ik liep dan ook nu eens links, dan weer rechts over de rolsteenbanken, ver-