is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begonnen was. De zes Sëpoetans gaven ons een voorbeeld van den toestand door met bijzondere gulzigheid aan te vallen op de rijst, die wij hun voorzetten, en bij mijne vooruit gezonden koelies moesten de anderen, die hielpen, evenzoo gedaan hebben. De mijnen echter lieten zich daardoor niet terneerslaan, zij kenden trouwens van vroeger het sago- en oebi-diëet aan den Mahïikam, en ik vertrouwde op mijne ruilmiddelen, om voor ons zelf ten minste rijst te kunnen krijgen. Op het oogenblik maakten bezwaren ook geen indruk, nu de voornaamste opgeheven waren en ik Borneo's Oostkust reeds voor mij meende te zien; de zes Sëpoetans, die wellicht onder den indruk van al het fraais, dat zij zagen, niet wisten. hoeveel zij wel zouden eischen voor hun hulp, lieten wij den volgenden morgen getroost weer vertrekken.

Den nacht hadden zij bij ons doorgebracht, maar het daarbij niet erg getroffen, want na een hevigen regen boven, moesten zij in 't duister voor een bandjir vluchten en 's morgens voor hun wandeling terug, op den val van het water wachten. Gelukkig bracht deze ons ook eene verrassing, want de stroom had 's nachts twee onzer drie vouwstoeltjes, die als gewoonlijk buiten bleven staan, medegesleept. De hevige wervelstroom, die in een bocht van den Boelit ontstond, spoelde ze echter onder een groote hoeveelheid dood hout aan den oever, waar Demmeni ze later op den dag beide met moeite onder uit haalde.

Wij spraken met Sigau als leider der voorhoede af, dat hij ons den 5cn mannen zou zenden, om met ons en de nog achter gebleven goederen, den tocht verder voort te zetten en hoewel er slechts een twaalftal jonge mannen verschenen, braken wij dien dag op, blijde met goede vooruitzichten de plek te kunnen verlaten, waar wij zooveel hadden moeten doormaken.

Voor von Berchtold maakten de Kajans een zeer primitieven draagstoel, dien één man op den rug droeg en waarin hij hem op steile hellingen naar boven bracht; gelukkig echter kon de patiënt lange gemakkelijke einden zelf afleggen, waartoe de koelte, die in de wouden heerschte, veel bijdroeg. Zoo stegen wij, na het beklimmen van de steile helling van den heuvelrug tusschen Banjoe en Boewang, nog voortdurend en vonden het verlaten kamp onzer koelies