is toegevoegd aan uw favorieten.

Kunstnijverheid in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardeerende uitspraken voor het grijpen liggen, terwijl wij die met oordeelvellingen van talrijke kunstenaars en bevoegde kenners zouden kunnen vermeerderen, kunnen wij ons er wel van ontheven achten nog aan te moeten toonen, dat de inlandsche kunstnijverheid in waarheid en ten volle dien naam mag voeren.

Trouwens in de laatste jaren is door het succes, dat het streven der kunstkringen bij de poging om belangstelling en waardeering te wekken heeft verworven, wel getoond en bewezen, dat niet alleen door vele Nederlanders in Nederlandsch-Indië de Inlandsche kunstnijverheid ten zeerste wordt gewaardeerd, doch dat door hen ook gaarne behoorlijke prijzen worden betaald om voortbrengselen dier nijverheid te kunnen bezitten.

De door Rouffaer bedoelde „wansmaak" treft dan ook wel in hoofdzaak onontwikkelde Nederlanders van vóór een vijftiental jaren geleden! *

Het goede, dat echter ook schuilt in het aangehaalde werk van Pleijte, willen wij niet over het hoofd zien.

Voor de mentaliteit van den inlander, in verband met het nijverheidsvraagstuk, vraagt hij de volle aandacht. Om zijn sfeer en gedachteleven goed te doen kennen beschrijft hij met kennis van zaken de wijze van werken, de zeden en de overleveringen, die nog steeds in eere worden gehouden in West-Java. Hij somt op, doch overdrijft, de ongetwijfeld vele gebreken, die het technisch kunnen aankleven en hij wijst op het vrijwel algeheele gemis aan economisch inzicht!

De slotsom waartoe de Heer Pleijte dan komt en waarmede wij, zooals uit het vorenstaande blijkt algeheel kunnen instemmen, is ook Vak-onder wij s".

Verschillen wij dus in waardeering over de waarde van onze nijverheid en vooral over die van onze fczmsfnijverheid, over de middelen, die er noodig zijn om verbetering in dit opzicht te brengen gaan wij ten deele samen!

Voert het onderzoek in hoeverre en op welke wijze de ontwikkeling van een inheemsche nijverheid kan helpen bij den opbouw van een harmonische maatschappij en kan leiden tot verhooging van het levensgeluk van een groot deel harer leden, ons tot een pleit voor de behartiging en verzorging van datgene wat het meest met zijn aard en aanleg overeenstemt, d.i. de Zcwisfriijverheid, een pleidooi voor handhaving van de oude toestanden wil het echter geenszins z&n!

Wij zijn ons bewust, dat deze tijden het oude handwerk, de oude kunst slechts vragen voor hen, die het alleen als zoodanig weten te