is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p 1 ta n t e n of Cryptogamen. Al de tot nu toe behandelde planten waren bloemplanten of Phanerogamen.

De Chevelures vertoonen een vertakten wortelstok, waaruit talrijke dunne zwarte worteltjes ontspringen en die van afstand tot afstand de groote, samengestelde bladeren draagt. De bladeren zijn bij de verschillende soorten zeer verschillend van vorm en grootte, meestal dubbel of drievoudig samengesteld, met een dunnen, ste\ igen, glimmend zwarten bladsteel. In den knoptoestand zijn de bladeren opgerold. Aan den wortelstok en aan den voet van den bladsteel

vindt men talrijke bruine schubben.

Aan de meeste Chevelureplanten kan men bij opmerkzaam zoeken enkele bladeren vinden die sporen voortbrengen. Wanneer men

t J

een dergenik Diaa aan ae onaei^ijuc uc»r.< ziet men dat op talrijke plaatsen de rand van het blad als het ware omgevouwen is en dat zich onder dit omgevouwen gedeelte van den bladrand kleine korreltjes bevinden. Ieder dergelijk korreltje is een sporenzakje of sporangium, een dergelijk groepje \ au sporangiën noemen wij een sorus. Bij de Chevelures vinden wij dus de sori aan de onderzijde van de bladeren, nabij den rand en door den omgeslagen bladrand bedekt, Wnrmppr wii de sporangiën onder het

microscoop bekijken zien wij dat het gesteelde. ccmia-a'zins nfffenlatte zakjes zijn. 0\er den

scherpen kant loopt een eigenaardige strook die een rol speelt bij het openspringen van het zakje. In ieder sporangium zitten eemge min of meer bolvormige korrels, de zoogenaamde sporen, die men het beste met de stuifmeelkorrels van een bloemplant kan vergelijken.

De sporen worden door den wind verspreid en wanneer zij op een geschikte plaats terecht komen ontkiemen zij en er ontwikke zich een heel klein, mosachtig plantje, een zoogenaamde voorkiem. Deze voorkiem blijft maar klein en sterft ook betrekkelijk spoedig af, maar voordat het zoover is kan er weer een nieuwe Chevelureplant uit ontstaan. Wij hebben bij de Chevelures en ook bij andere Varens een geslachtswisseling tusschen de kleme roosachtige vooi kiemen, die met het bloote oog bijna niet te zien zijn, en c e planten die wij als Chevelures en Varens kennen.

Fig. 28. Sporangiën van een Chevelare; sterk vergroot.