is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzaam groeien en waarvan de zaden of vruchten gemakkelijk op de een of andere wijze op stammen of takken van boomen terecht kunnen komen.

Dat alleen planten welke langzaam groeien voor een epiphytische levenswijze geschikt zijn, hangt daarmede samen, dat planten die snel groeien veel water en veel in dit water opgeloste aschbestanddeelen noodig hebben, welke zij op de takken en tegen den stam van boomen niet ter beschikking hebben.

De epiphyten verdampen over het algemeen weinig, zij hebben gewoonlijk tamelijk stevige, dikwijls leerachtige of vleezige bladeren en niet zelden knollen of vleezige stengels die als waterreservoir dienst doen, zoodat de plant dan in den drogen tijd teren kan op het water dat gedurende natte tijden in de vleezige bladeren of stengels is opgeschuurd.

Naarmate een epiphytisch levende plant beter weerstand bieden kan tegen droogte, kan men verwachten dat die plant ook voorkomen zal onder omstandigheden, waar deze plant meer aan het gevaar van uitdroging is blootgesteld. Omgekeerd kunnen epiphyten die slechts weinig weerstand bieden tegen uitdroging slechts groeien op plaatsen waar geen gevaar voor uitdroging bestaat.

Enkele epiphyten die zeer weinig verdampen en zeer vleezige bladeren of groote vleezige knollen hebben, zooals de Wasbloem (Hoya), het Duitenblad en sommige andere kleine varentjes, de Duifjes-orchidee en enkele orchideeën die in het wild in de Djatibosschen voorkomen, kunnen zonder nadeelige gevolgen zelfs eenige maanden droogte doorstaan.

Bij enkele epiphytische varens, zooals de Eikeblad- en de Hertshoornvarens, komt een eigenaardige tweevormiglieid van liet loof voor, en verzamelt zich achter de zittende bladeren een tamelijk groote hoeveelheid humus, die bij regen als een spons water vasthoudt.

Bij vele vertegenwoordigers van de plantenfamilie der Bromeliaceën (Plaat VI, Fig. 4), waartoe ook de Ananas behoort, vormen de dicht opeengedrongen, met stengelomvattende bladscheeden voorziene bladeren een trechter waarin zich groote hoeveelheden regenwater kunnen verzamelen en gedurende verscheidene dagen kunnen blijven staan. Yele van deze trechtervormende Bromeliaceën kunnen epiphytisch leven.

Ook bij enkele in Indië in het bosch voorkomende varens vormen de bladeren dergelijke trechters, die wel niet dicht genoeg sluiten dat er water in zoude kunnen blijven staan maar waarin zich toch een groote hoeveelheid humus verzamelen kan, die ook weer als een spons regenwater vasthoudt.