is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds bloeiwijzen in alle toestanden van ontwikkeling vinden kan, komt aan den top van de met talrijke oranjekleurige schutbladen voorziene samengestelde bloeikolf één bolvormige verzameling van vrouwelijke bloemen voor, de zijtakken van de kolf dragen de dicht opeengedrongen mannelijke bloempjes.

De bloempjes van de Palmen hebben twee kransen van drie

Fig. 280. A. Bloeikolf van de Klapper met schutblad. B. Takje yan de bloeikolf met een vrouwelijke en enkele mannelijke bloemen. C. Mannelijke bloem, 1 van boven, 2 van beneden gezien.

kr. kroon, k. kelk, m. meeldraad.

bloemdekblaadjes, de mannelijke meestal zes meeldraden (soms talrijke zooals bij Caryotci), de vrouwelijke een bovenstandig vruchtbeginsel met zittenden stempel.

Ook de Eiken worden door den wind bestoven.

Fig. 281 stelt een Hollandschen eik voor, onze Indische eiken, die in het gebergte veel voorkomen, onderscheiden zich van de afgebeelde soort hoofdzakelijk door de gaafrandige, leerachtige bladeren en dooiden vorm en afmeting van de vrucht, die bij de verschillende Indische soorten zeer verschillend is. De mannelijke bloempjes zijn bij de Eiken vereenigd tot katjes, die gewoonlijk in groepjes bij elkander zitten. Ieder mannelijk bloempje bestaat uit een zes- tot achtslippig bloemdek en 6 tot 10 meeldraden. De vrouwelijke bloemen zitten in groepjes van vier of vijf, ieder bestaat uit een vruchtbeginsel met korten stijl en drie