is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schil in meer, grooter dan tien ten honderd, dan wordt het debet der krediet-rekening, bedoeld bij artikel 38, verhoogd met de overbevinding, beperkt tot het tijdsverloop of het aantal stooksels, waarover de proefstoking zich in werkelijkheid heeft uitgestrekt.

Er bestaat overtreding, wanneer de bevinding met de aangifte een grooter verschil in meer dan vijf en twintig ten honderd geeft.

Art. 31. Bij het houden van proefstoking in eene stokerij, waar gewerkt wordt met toestellen tot afstoking eener in eens op den ruwketel geladen hoeveelheid grondstof, wordt het overgehaalde vocht van minder dan veertig percent sterkte afzonderlijk opgenomen en, bij de herleiding daarvan tot gedistilleerd van 50 percent, een aftrek toegepast van zooveel ten honderd op de gevonden hoeveelheid, als door den Directeur van Financiën bepaald zal worden.

HOOFDSTUK VI.

Stokerijen, distilleerderijen der lste klasse bergplaatsen.

Krediet en aansprakelijkheid. Zekerheidstelling.

Art. 32. Aan den stoker, distillateur of handelaar wordt onder voldoende zekerheidstelling krediet verleend voor den accijns van het gedistilleerd, dat in zijne stokerij, distilleerderij der eerste klasse of bergplaats volgens rekening voorhanden is.

Art. 33. De stoker, distillateur of handelaar, die krekiet geniet, is aansprakelijk voor het volle bedrag van den accijns, waarvoor hij, volgens de bepalingen dezer ordonnantie, in rekening wordt aanslagen.

De stoker, distillateur of handelaar is mede aansprakelijk, en de door hem gestelde zekerheid blijft verbonden, voor het bedrag van den accijns, verschuldigd wegens elke hoeveelheid gedistilleerd, uitgeslagen zonder voorafgaande betaling van accijns, zoolang, in verband met het bepaalde bij een der artikelen 57, 59 of 60, nog van de invordering van accijns sprake zijn kan.

Deze aansprakelijkheid geldt ook voor den accijns wegens ondermaten.

Art. 34. De zekerheid, bedoeld bij dit hoofdstuk, kan gesteld worden door: