is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 223 —

bevonden voorraad of, indien er in den loop van het jaar geen aanpeiling heeft plaats gehad, de op het einde van het jaar overgehouden hoeveelheid, niet grooter is dan 5 pCt. van de eerstbedoelde hoeveelheid, dan is over dat verschil geen accijns verschuldigd.

(2) Bedraagt dat verschil meer dan 5 pCt., dan is over het meerdere dan 5 pCt. accijns verschuldigd, tenzij de belanghebbende naar het oordeel van het Hoofd van gewestelijk bestuur eene aannemelijke verklaring van het grootere verschil kan geven. Door dien hoofdambtenaar wordt dan beslist, dat er over het grootere verschil in het geheel geen accijns verschuldigd is, of wel hij bepaalt de hoeveelheid, waarover accijns betaald moet worden. Van zijne beslissing in deze doet het Hoofd van gewestelijk bestuur kennisgeven aan den ontvanger van het betrokken accijnskantoor.

(3) Heeft in den loop van het jaar eene aanpeiling of meer dan één aanpeiling plaats gehad, dan wordt voor de constateering van het verschil op het einde van het jaar de rekening opgemaakt van af den dag der laatste aanpeiling.

Art. 13. Het is verboden:

a. valsche opgaven te doen in de aangifte, waarvan sprake in artikel 2 dezer ordonnantie, voor zooveel betreft de gegevens, bedoeld in alinea 2 sub a ten 6e, 8e en 9e, sub b ten 6e en sub c ten 6e;

b. valsche opgaven te doen in de rekening, bedoeld bij artikel 8 dezer ordonnantie;

c. de accijnsvrije petroleum te bezigen op eene andere wijze dan in de akte van vrijdom is aangegeven;

d. de accijnsvrije petroleum te vervreemden anders dan op de wijze omschreven in alinea 3 van artikel 10 dezer ordonnantie ;

e. de ambtenaren bij het doen van aanpeilingen en het verifieeren van de rekening te belemmeren, te bemoeilijken of te misleiden;

ƒ. op eene petroleumonderneming de reiniging van pijpleidingen, ketels, reservoirs en andere toestellen door middel van accijnsvrije petroleum te doen plaats hebben buiten tegenwoordigheid van een der daartoe aangewezen ambtenaren.

Art. 14. (1) Niet-nakoming van de verplichtingen, omschreven in alinea 2 van artikel 5, de alinea's 1 en 3 van artikel 8, de alinea's