is toegevoegd aan uw favorieten.

Wenken met betrekking tot het onderhoud van grintwegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bet verhardingsmateriaal, een afslijting die veelal niet regelmatig over de verharde breedte van den weg is verdeeld.

De grootste afslijting komt voor ter weerszijden van de lengteas van den weg ter plaatse waar de wielen van het voertuig met den weg in aanraking komen, terwijl bij het gebruik van trekdieren het midden van den weg afslijt door het stooten van de hoeven der dieren.

Beide zijn oorzaken van de vorming van sporen, hoefslag en kuilen.

De spoorvorming moet voorkomen en tegengegaan worden en daarvoor is leiding van het verkeer (versporing) ■en in het bijzonder het te reclitex tijd plaatselijk aanbrengen van nieuw verhardingsmateriaal noodig.

Verder dienen de ruggen langs de eventueel ontstane sporen en tusschen deze en den hoefslag steeds zorgvuldig te worden weggehakt.

Naast het op gezette tijden aanbrengen van een nieuwe -deklaag op het geheele rijvlak zijn dagelijksche voorzieningen tegen de spoor- en kuilvorming onontbeerlijk, ten einde deze zooveel mogelijk te beperken.

Als aanvulling van het tijdig bijwerken der nu en dan in de, verharding ontstaande sporen en kuilen (hetwelk zooals is opgemerkt voortdurend zorg vordert om eene behoorlijk vlakke, zoo weinig mogelijk en dan gelijkmatig afslijtende weg te houden) komen de periodieke -vernieuwingen aan de deklaag.

Zoodra de afslijting een voor de, tonrondte of voor het •onderliggende ballastbed bedenkelijken omvang heeft aangenomen is de vernieuwing van de deklaag noodig; doch in vele gevallen is deze reeds veel eerder wenschelijk ©m den toestand van den weg successievelijk te verbeteren.

Er wordt dan over de geheele afgesleten breedte van de verharding eene laag nieuw grint uitgespreid. De ■dikte van de spreilaag varieert al naar de belangrijkheid ran den weg, dat is dus naar het verkeer en de daardoor